|
.................... wordt op dit moment uitgewerkt .....................
Lives of the Great 20th-Century Artists
en de generatie 1880 - 1890
Picasso en tijdgenoten
De kunsthistoricus Edward Lucie-Smith heeft in het jaar 1999 een boek
gepubliceerd "Lives of the Great 20th-Century Artists".
Hij beschrijft daarin honderd biografieën van kunstenaars waarvan het
overgrote deel, 79 van de 100, geboren is in de periode 1876 tot 1913.
In zijn keuze van kunstenaars liet hij zich leiden door kunsthistorische
argumenten.
Edward Lucie-Smith was zich daarbij niet bewust van de makrokosmische
betekenis van deze keuze.
In het tijdsbestek 1876 tot 1913 onderging de beeldende kunst de meest
ingrijpende verandering ooit, van realisme tot impressionisme tot neo-
impressionisme, de Nabis, symbolisme, expressionisme, kubisme, orfisme,
tot het ontstaan van de abstrakte kunst rond 1910-1913.
In deze tijd waren er bijzondere makrokosmische aspekten, waarvan de
conjunctie tussen Neptunus en Pluto het meest bijzonder was.
Dit gegeven schrijven we verder uit in:
- enkele citaten uit de inleiding op de "Lives" van Edward Lucie-Smith
- met enkele kanttekeningen bij die citaten
- de esthetica van de 20ste eeuw
- een esthetica voor de 21ste eeuw
- we leggen een relatie met makrokosmische elementen
- gevolgd door de lijst van kunstenaars van Edward Lucie-Smith
- ontwikkeling in een stroomversnelling
- generatie van 1881, 1882 en 1883 >>> kubisten
- generatie van 1886 >>>>>>>>>>>>>> dadaïsten
- generatie rond 1892 >>>>>>>>>>>>> surrealisten
- ontstaan van het Fauvisme >>>>>>>> 1ste generatie abstr. express.
- ontstaan van de abstrakte kunst >>>> 2de generatie abstr. express.
- het abstrakt expressionisme
Lives of the Great 20th-Century Artists
Inleiding
citaat 1
"We leven in een tijdperk waarin het publiek grote belangstelling heeft
voor creatieve persoonlijkheden. Dat is misschien wel de belangrijkste
reden voor het ontstaan van dit boek, dat ietwat brutaal is gemodelleerd
naar de grote klassieker over de geschiedenis van de renaissancekunst
'De levens van de kunstenaars' van Giorgio Vasari, ook nu nog een onmis-
baar naslagwerk voor alle kunsthistorici die zich met de Renaissance
bezighouden, in ieder geval voor het opdoen van basisinformatie op
biografisch gebied. 'De levens van kunstenaars' werd in 1550 gepubliceerd
en was het eerste boek in een lange traditie van biografische verzamel-
werken over kunstenaars. Er is bepaald moed voor nodig om te proberen
Vasari's spitsvondige, levendige stijl en zijn talent voor het vertellen van
anekdotes te evenaren. Bovendien is onze kijk op de beeldende kunst en
de aard van de menselijke persoonlijkheid sinds de zestiende eeuw
radicaal veranderd."
citaat 2
"Vasari baseerde zijn boek op het idee dat kunst geperfectioneerd kan
worden, dat elke volgende generatie kunstenaars kan voortbouwen op
datgene wat de vorige generatie heeft weten te bereiken. Voor Vasari
bestond echte kunst uit het toegewijd nabootsen van de natuur, maar
die nabootsing moest corresponderen met een ideale vorm die in de geest
van de kunstenaar al bestond."
citaat 3
"Deze opvattingen gaven zijn levensbeschrijvingen een logische vorm en
structuur, die moeilijk kunnen worden ontdekt in de conflicterende
ismes die kenmerkend zijn voor de geschiedenis van de modernistische
en postmodernistische kunststromingen."
citaat 4
"Tot voor kort was de twintigste-eeuwsw visie op het artistieke
scheppingsproces dat iedere werkelijk oorspronkelijke kunstenaar van
voren af aan moest beginnen en voor zover mogelijk een volledig oor-
spronkelijke artistieke taal moest scheppen die geen verband hield
met datgene wat eraan voorafgegaan was. Pas met de opkomst van het
postmodernisme in de jaren zeventig begon die opvatting te veranderen."
citaat 5
"Wanneer we terugkijken naar de Renaissance realiseren we ons niet alleen
hoezeer onze kijk op kunst veranderd is maar ook hoe fundamenteel onze
kijk op de mens veranderd is. Voor Vasari had een volwassene een
betrekkelijk vast 'karakter' dat met saillante anekdotes kon worden
geïllustreerd."
citaat 6
"Schrijven in een post-Freudiaans tijdperk, waarin we menen dat
iemands persoonlijkheid in wezen het hele leven lang kan veranderen,
betekent dat men andere manieren moet vinden om net zo bondig en
levendig als Vasari te zijn. Maar die onderneming is onder andere
de moeite waard omdat de persoonlijkheid van de kunstenaar tegen-
woordig een centrale plaats innneemt in de manier waarop we de
twintigste-eeuwse kunst beoordelen."
citaat 7
"Aan de ene kant hebben we het gevoel dat een kunstwerk bewonderd
moet worden als iets dat op zichzelf staat, los van de omstandigheden
waarin het tot stand is gekomen."
citaat 8
"Aan de andere kant is er een groeiende tendens om moderne kunst-
werken te zien als het verlengstuk van de persoonlijkheid die ze heeft
gecreëerd, maar ook om die persoonlijkheid te zien als het dominante
element waaraan alle fysieke objecten ondergeschikt blijven."
citaat 9
"De vroegmodernistische critici waren geneigd betekenis te hechten aan
de vorm, alsof het hier een vaststaand, platonisch gegeven betreft, en
de persoonlijkheid van de kunstenaar te negeren."
citaat 10
"Het postmodernisme herinnert ons eraan dat de persoonlijkheid van de
kunstenaar, net als de kunstwerken zelf, zich het duidelijkst aftekent in
contextuele termen, dat wil zeggen: wanneer we alle omringende factoren
- sociale, politieke, seksuele, etc. - in aanmerking nemen."
citaat 11
"Twintigste-eeuwse kunst kan los van de context niet volledig begrepen
worden. Dit boek laat zien dat het leven van de kunstenaar een van de
belangrijkste sleutels, zo niet de belangrijkste sleutel tot zijn werk is."
Enkele opmerkingen over bovenstaande citaten
In het citaat 6 lezen we dat Edward Lucie-Smith zijn visie verbindt met
de inzichten van Sigmund Freud.
We zien dat ook terug in citaat 10, waarin één van de omringende
factoren het 'seksuele' betreft, dus duidelijk op Freud georiënteerd.
In onze visie gaan we een stap verder, en komen dan uit bij de psycho-
analyticus Carl Gustav Jung, die met betrekking tot de kunsten heel veel
interessante gezichtspunten heeft uitgewerkt, om er een paar te noemen:
het collectief onbewuste, de archetypen, zijn Psychologische Typen.
In het citaat 2 staat dat "kunst geperfectioneerd kan worden" en dat
"volgende generaties kunstenaars daarop voort kunnen bouwen".
In het citaat 4 lezen we dat "de kunstenaar van voor af aan moest be-
ginnen" om te komen tot "een eigen oorspronkelijke artistieke taal".
Deze citaten geven aan dat er altijd sprake moet zijn van een vóóruitgang,
zoals we bijvoorbeeld zien bij Mondriaan.
Voorbeelden als die van Malewitch, waarin na een periode van abstraktie
weer figuratief geschilderd gaat worden, zien kunsthistorici als een terug-
val.
In ons onderzoek komt dat toch anders naar voren, de kunstenaar kiest
voor een andere weergave binnen zijn kunstvorm.
We kunnen dat verduidelijken aan de makrokosmische fenomenen.
In het citaat 8 is er sprake van "moderne kunstwerken als verlengstuk
van de persoonlijkheid van de kunstenaar" waarna in het citaat 11 de
meest belangrijke opmerking van Edward Lucie-Smith wordt geplaatst,
waarin hij zegt "dat het leven van de kunstenaar de belangrijkste sleutel
tot het werk is".
Dit laatste onderschrijven wij volledig, met inbegrip van het verband dat
bestaat tussen mikrokosmos en makrokosmos, waarbij de individuele
makrokosmische aspekten terug te vinden zijn in het beeldende werk van
iedere kunstenaar.
Deze website getuigt van deze opvatting, in de vele voorbeelden, te
beginnen met de artistiek ontwikkeling binnen het werk van Picasso,
gevolgd door zo'n 40 andere kunstenaars.
Het zijn de eerste, meest sprekende voorbeelden uit een reeks van wel
duizend kunstenaars, waaruit we gaandeweg nieuwe bijdragen aan deze
website zullen toevoegen.
De Esthetica van de 20ste eeuw, voor de 21ste eeuw
In de Esthetica heeft men inmiddels een aantal benaderingswijzen ont-
wikkeld, waarbij een zestal gezichtspunten een rol spelen:
1 Het mimetische standpunt, de relatie kunstwerk-fysieke werkelijkheid
2 Het expressivistische standpunt, de relatie kunstenaar-kunstwerk
3 Het formalistische standpunt, de beschouwing van het kunstwerk zelf
4 Het impressivistische standpunt, kunstwerk-kunstbeschouwer
5 Het kunsthistorisch perspectief, de ontwikkeling van de kunst
6 De verhouding kunstwerk en sociaal-historische context
Wij plaatsen daar nu, anno 2012, een zevende gezichtspunt bij:
7 Het makrokosmische perspectief, het verband tussen kunstenaar/kunst-
werk en de makrokosmische aspekten.
Een makrokosmische visie op de beeldende kunst
Ons onderzoek levert voor het 7de gezichtspunt materiaal aan, waarmee
kunstwerken, kunststijlperioden, kunstenaars vanuit een geheel ander
perspectief beschreven kunnen worden.
Dit materiaal is inmiddels zo uitgebreid, we spreken over een duizendtal
beeldende kunstenaars, aangevuld met duizenden andere voorbeelden
van personen in andere kunstdisciplines als muziek, dans en ook andere
beroepsgroepen.
Ons onderzoek is op verschillende plaatsen op deze site al beschreven,
met als belangrijke onderwerpen:
kunststromingen:
kunstenaars:
kunstwerken:
"De kunstenaars van de 20ste eeuw"
een lijst samengesteld door Edward Lucie-Smith
In de onderstaande lijst zien we naast elkaar genoemd:
- de opeenvolgende jaren
- met de planeten, als ze in het teken Stier staan,
het teken Stier heeft een speciale betekenis voor de beeldende kunst,
maar daarnaast doen de andere tekens er ook toe,
in de meeste gevallen gaat het om samenstanden van planeten, dat
wordt in onderstaande tekst duidelijk,
- de 100 kunstenaars, door Edward Lucie-Smith besproken in zijn boek,
- en toegevoegd enkele stromingen in de beeldende kunst.
Edward Lucie-Smith maakte zijn keuze van kunstenaars zonder enige
kennis van de makrokosmische aspekten.
Door deze aspekten ernaast te zetten, zien we de meeste van de be-
sproken kunstenaars aanwezig in de periode dat Neptunus en Pluto
conjunct liepen.
Dit aspekt begint in 1874, wanneer Neptunus het teken Stier inloopt.
De conjunctie wordt exakt in het jaar 1892 in het teken Tweeling,
en loopt daarna verder af, als een uitgaande conjunctie, tot in de
eerste jaren van de 20ste eeuw.
Naast de conjunctie tussen Neptunus en Pluto zijn er voortdurend
conjuncties met andere planeten, Zon, Venus, Mars, Jupiter, Saturnus.
In de rubriek over het Symbolisme hebben we de conjunctie tussen
Neptunus en Pluto uitgebreid beschreven.
We zagen daar reeds hoe de verbeelding (= Neptunus) aan de macht
(= Pluto) kwam in een stroming, waarin voorstellingen verbeeldingen
werden, waarin afbeelding overging in verbeelding.
De generatie schilders die nu in deze periode geboren wordt, heeft deze
'verbeelding' in hun denkbeeldige 'rugzak'.
Deze schilders hebben dat gegeven als een 'vermogen', als een aange-
boren talent, de Fransen noemen dat talent een "don", het is ze "gegeven".
Hieronder volgt nu deze lijst. We zien de concentratie van kunstenaars
in de genoemde periode. Het zijn de kunstenaars die Edward Lucie-Smith
beschreven heeft in zijn boek.
Daar zijn nog wel andere kunstenaars bij te plaatsen.
In bovenstaande tabel staan planeten genoemd, alleen voor het moment
dat ze in het teken Stier staan én in conjunctie staan met de Zon.
Dat verklaart dat Venus en Mars slechts enkele keren voorkomen. Deze
twee planeten lopen wel wat vaker door het teken Stier.
Wordt Venus cursief geschreven dan betreft het een retrograde Venus,
dan loopt Venus vóór de Zon langs.
Verder kunnen we nog opmerken dat de jaren 1881 en 1882 op te vatten
zijn als een soort spil, met als grootste gangmaker Picasso. In deze jaren
staan maar liefst 5 planeten conjunct met elkaar.
Verder is het jaar 1892 ook niet onbelangrijk, Neptunus en Pluto staan
exakt conjunct met elkaar, in het teken Tweeling.
Ontwikkeling in een stroomversnelling
Onze bevindingen laten zien dat een generatie, geboren in een periode
met een bepaalde stijlperiode, zich daarna steeds verder ontwikkeld in
een richting die mogelijkheden schept voor nieuwe uitingsvormen.
Wat je ziet is een soort "stapeling", waarin de ene stijl de volgende
stijl 'genereert'.
Zo wordt de generatie van 1874-1889 geboren in een tijd waarin de
kunst al aardig "op zijn kop" staat (impressionisme), als deze generatie
zelf aan de slag gaat, wordt de kunst nog meer "op zijn kop" gezet in
stromingen als fauvisme, Die Brücke, kubisme, orfisme, dadaïsme, en
dit allemaal in de jaren 1905-1916.
De generatie die dan geboren wordt maakt alles definitief anders in het
Abstrakt-Expressionisme.
We gaan dit verder uitwerken in onderstaande teksten.
stijlperiodes/generaties
1874-1889
impressionisme
generatie schilders > Fauvisme
Matisse, De Vlaminck 1905
expressionisme
1881-1883
neo-impressionisme
generatie schilders >>>>>> kubisme
Picasso, Léger, Braque ontstaan abstrakte kunst
1881-1883 1910-1914
Saturnus in Stier Saturnus opnieuw in Stier
1886
Pont Aven / Les Nabis
generatie kunstenaars >>>>>>>>>>> dadaïsme
Hugo Ball, Jean Arp 5 februari 1916
Jupiter conjunct Uranus Zon conjunct Uranus!
Cabaret Voltaire
1890-1900
Symbolisme
generatie schilders >>>>>>>>>>>>>>>>> surrealisme
Max Ernst, Juan Miró 1924-1940
Neptunus conjunct Pluto Neptunus = droominhouden
psycho-analyse
1903-1905
Fauvisme
eerste generatie >>>>>>>>>>>>>>>>> abstrakt-
abstrakt-expressionisten expressionisme
Marc Rothko, Willem de Kooning 1940-1950
Saturnus in Stier
Uranus in Stier
1910-1914
kubisme
ontstaan abstrakte kunst
tweede generatie >>>>>>>>>>> abstrakt-
abstrakt-expressionisten expressionisme
Jackson Pollock COBRA
Saturnus in Stier 1945-1955
1924-1940
generatie >>>>>>>>>>>>>
conceptual artists
Joseph Beuys, Marinus Boezem
1945-1955
generatie >>>>
"Nieuwe Wilden"
Anselm Kiefer, Sandro Chia
..........hier wordt nog aan gewerkt ..............
De generatie van 1870 tot 1880
De fauvisten en de schilders van Die Brücke,
de tijd van het impressionisme in de schilderkunst.
De schilders die geboren zijn in de eerste jaren van het impressionisme,
zijn de schilders die in de jaren rond 1905 furore maken met een
expressionistische schilderwijze, dat we kennen als het Fauvisme en
Die Brücke.
Wat in de begindagen van het impressionisme werd gezien als vrije
manier van schilderen, krijgt zijn vervolg in de losse schilderwijze van
de vroege expressionisten.
In onderstaand schema zien we als de belangrijkste expressionisten:
Henri Matisse (1869), Maurice de Vlaminck (1876), en Ernst Ludwig
Kirchner (1880).
De generatie van 1881, 1882 en 1883
De kubisten,
en de tijd van het neo-impressionisme.
In het onderstaand overzicht zien we de kunstenaars die geboren zijn in
de periode 1872-1888, waarin het impressionisme als stijlperiode optrad.
Wat daarin opvalt is dat in het jaar 1881-1882-1883 kunstenaars geboren
worden die later het kubisme zullen ontwikkelen.
Picasso en Braque vormen daarin een duo, die als gangmakers de nieuwe
ontwikkeling hebben vormgegeven.
Nu is het opmerkelijk dat in dit tijdsbestek Saturnus in Stier liep.
En het is heel wonderlijk dat de belangrijkste kubisten, geboren met
Saturnus in Stier, later, in 1910-1914, als Saturnus opnieuw door Stier
loopt, het kubisme en de eerste abstrakties doorvoeren.
--------------------------------------------------------------------------------------
-----------------------------------------------------------------------------------------
Dit fenomeen van het teken Stier hebben we meer uitgebreid beschreven
in een rubriek, waarin ook andere planeten van betekenis zijn voor het
De generatie van 1886
De dadaïsten,
en de tijd van de School van Pont Aven,
en "Les Nabis".
In het jaar 1886 ging Gauguin naar het plaatsje Pont Aven in Bretagne.
Hier verzamelde zich een groep kunstenaars om hem heen, met o.a
Émil Bernard en Paul Sérusier. Zij stichtten de School van Pont Aven.
In 1888 ontstond het schilderij 'De Talisman' van Paul Sérusier, waarin
hij op aanwijzingen van Gauguin een landschap schilderde in felle,
ongebroken kleuren.
Dit schilderij werd een voorbeeld voor een groep schilders die zich
"Les Nabis" gingen noemen, de "Profeten".
Gauguin schilderde in het jaar 1888 het "Visioen na de preek", waarin
we links op de voorgrond een groep kerkgangers zien die een visioen
hebben van het "gevecht tussen Jacob en de Engel" dat rechtsboven
is afgebeeld. De voorstellingen worden gescheiden door een diagonaal
in de vorm van een stam van een boom.
Het schilderij is geschilderd in felle ongebroken kleuren.
Nu is het wonderlijke, dat in het jaar 1886 er een conjunctie is tussen
Jupiter en Uranus.
Deze conjunctie heeft altijd te maken met vernieuwing, ook in de kunsten.
In het jaar 1886 werden een aantal kunstenaars geboren die later de
gangmakers bleken te zijn van de DADA-beweging, in 1916, in Zürich.
Deze kunstenaars hebben allemaal aspekten met Uranus.
Ook weer heel wonderlijk, op de avond dat het Cabaret Voltaire voor het
eerst optrad in de Spiegelgasse 1 in Zürich op 5 februari 1916, op dat
moment stond de Zon conjunct Uranus (op 16 Aquarius).
Hoe hebben ze een beter tijdsstip kunnen kiezen?
Over "tijdgeest" gesproken. Beter voorbeeld kun je niet vinden.
In ons verdere onderzoek naar kunstenaars uit deze DADA-beweging bleek
Uranus veelvuldig voor te komen in zowel prenatale, geboorte- en ook
progressieve aspekten.
Onderstaand schema toont daarvan de resultaten.
Bovenstaande hebben we op verschillende plaatsen op deze site al
uitgewerkt (of wordt nog uitgewerkt), kijk daarvoor verder op:
De generatie rond 1892
De surrealisten,
en de tijd van het symbolisme
In de jaren 1890 tot 1900 is het symbolisme een belangrijke kunststijl.
We hebben deze stijl al reeds besproken in een aparte rubriek. Het is
een tijd waarin de VERBEELDING (= Neptunus) aan de MACHT (= Pluto)
kwam. Een groot aantal kunstenaars werkten deze stijl uit in een veel-
heid aan voorstellingen met betekenisvolle beelden, vol symboliek.
In deze periode werd een generatie kunstenaars geboren die later in de
stijl van het surrealisme ging werken. Het zette daarmee de vorm van
VERBEELDEN voort, in een wel heel eigen richting.
Een overzicht van dadaïsten en surrealisten vinden we hieronder.
Wat we hier zien is een groep DADA-kunstenaars (in het rood) en daar-
opvolgend een groep surrealisten (in het roze-rood) allemaal geboren
rond de jaren 1880 tot 1900.
Waarbij opvalt dat de DADA-kunstenaars geboren zijn met een zgn.
ingaande conjunctie tussen Neptunus en Pluto, en de surrealisten met
een uitgaande conjunctie Neptunus Pluto.
De ingaande conjunctie zou kunnen wijzen op een strijdbare, zich ver-
zettende houding tegenover kunst en samenleving, in aanstootgevend
optreden in het Cabaret Voltaire.
De uitgaande conjunctie is meer een laten opkomen van onderbewuste
inhouden, niets uitsluitend, alles kan. De VERBEELDING is vrij.
Het symbolisme hebben we uitgebreid beschreven in een rubriek:
Het ontstaan van het Fauvisme
De generatie rond 1905,
de eerste generatie abstrakt-expressionisten.
Ook hier zien we in de periode waarin het expressionisme de kop op
steekt, dat er een generatie kunstenaars geboren wordt die later het
abstrakt-expressionisme vorm zullen gaan geven.
Onderstaand schema toont de namen van de zgn, "eerste generatie"
abstrakt-expressionisten.
Het ontstaan van de abstrakte kunst
De generatie van 1910 tot 1914,
de tweede generatie abstrakt-expressionisten.
Rond de jaren 1910 tot 1913 maakten verschillende kunstenaars, los van
elkaar, de stap naar abstraktie, naar non-figuratieve voorstellingen.
Het zijn de kubisten, onder aanvoering van Picasso en Braque, die de
eerste aanzet geven tot abstraktie. In hun voetsporen volgen vele andere
kubistisch schilderende kunstenaars en ook beeldhouwers.
Ze staan genoemd in een rubriek die we hebben gewijd aan het kubisme,
Daarnaast is te noemen, Mondriaan, die in zijn abstrakties van bomen
en kerktorens, het kubisme op zijn heel eigen manier is gaan gebruiken.
En Kandinsky, die tot abstraktie kwam in zijn schilderijen met titels als
"Improvisatie" en "Kompositie".
Deze periode wordt makrokosmisch gekenmerkt door Saturnus in het
teken Stier.
Saturnus wordt vaak aangetroffen bij ontwikkelingen die leiden tot een
vorm van abstraktie.
De generatie van 1910 tot 1914
Nu blijkt dat in deze periode een generatie kunstenaars verschijnt die
bezig gaat in het abstrakt-expressionisme en in de COBRA.
In onderstaand schema wordt dat zichtbaar gemaakt.
Een heel eigen voorbeeld is de Nederlandse kunstenaar Edgar Fernhout,
die al een lange staat van dienst heeft als "realist", als hij rond 1957
overgaat op volledig abstrakte werken, die in de titel nog wel verwijzen
naar de natuur.
In zijn prenatale ontwikkeling heeft Fernhout een conjunctie tussen de
Zon en Satunus, waarvan het tijdstip correspondeert met het jaar 1957.
Fernhout is geboren op 17 augustus 1912.
Met het voorbeeld van Edgar Fernhout willen we duidelijk maken dat de
kunstenaars die in deze periode van eerste abstrakties geboren zijn, zelf
later ook abstrakt zijn gaan werken.
In onderstaand schema zien we de generaties schilders van 1910-1914.
Bijna allemaal werkend in stijlen als Cobra en Abstrakt Expressionisme.
Ze worden ook wel de tweede generatie Abstrakt Expressionisten genoemd.
-----------------------------------------------------------------------------
--------------------------------------------------------------------------------
Surrealisme
De generatie van de jaren 1924-1940,
de conceptuele kunstenaars
...............deze tekst wordt nog verder aangevuld .........
Het abstrakt-expressionisme
De generatie van de jaren 1940 - 1950,
de "Nieuwe Wilden", de nieuwe "Fauves".
Hiermee lijkt het kringetje rond te zijn. Na de jaren van de conceptuele
kunst, gaat men opnieuw schilderen en beeldhouwen.
Een hele nieuwe generatie schilders en beeldhouwers neemt de boel over.
Deze generatie kunstenaars is geboren in de jaren van het ontstaan van
het abstrakt-expressionisme, van de COBRA.
1945 Anselm Kiefer
1945 Jörg Immendorf
1946 Sandro Chia
1947 Guiseppe Penone
1948 Rob van Koningsbruggen
1948 Ronald Tolman
1948 Mimmo Paladino
1949 Enzo Cucchi
1949 Rainer Fetting
...........wordt nog uitgewerkt.......
|