vorm- en kleurkwaliteiten in de kunst
een fenomenologisch onderzoek naar het gebruik van vorm en kleur
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties

 

 

Leonardo da Vinci is één van de belangrijkste kunstenaars van de Renaissance. Hij is vooral bekend om de 'Mona Lisa', het 'Laatste Avondmaal', en zijn vele tekeningen van de meest uiteenlopende dingen. Da Vinci schreef ook een verhandeling over de schilderkunst. Zijn "Trattato della Pittura"  bevat interessante inzichten op het gebied van de beeldende kunst. Een van deze inzichten hebben we reeds beschreven in een onderwerp dat gaat over 'vormkrachten'.

In het onderzoek naar het vorm- en kleurgebruik in de beeldende kunst wordt het werk van Leonardo da Vinci ook in verband gebracht met deze 'vormkrachten'. Het zijn vooral de planeetaspekten tijdens de prenatale ontwikkeling die betekenisvol blijken te zijn geweest voor de kunst van Da Vinci. Daarnaast zijn er ook in de progressies elementen aan te wijzen die duidelijk maken hoe Da Vinci tot zijn vele tekeningen en uitvindingen kwam. Ook de transit van de Uranus/Neptunus conjunctie van 1479 blijkt van invloed te zijn geweest op zijn stijlontwikkeling.

 

Vormkrachten

Het onderzoek heeft laten zien, dat de 'vormkrachten' als die van Mars en die van Saturnus, zich vooral laten zien in een tekenachtige stijl, waarin de voorstelling sterk bepaald wordt door de waarneming.

Nu blijkt verder, dat Leonardo da Vinci deze 'vormkrachten' van Mars en Saturnus ook heeft in het eerste deel van zijn prenatale ontwikkeling. En zoals we inmiddels weten vanuit het onderzoek, is de prenatale ontwikkeling van de mens een potentieel aan vormkrachten dat zich gedurende het leven zal ontwikkelen.

In onderstaand overzicht staan alle vormkrachten/planeetaspekten chronologisch naast elkaar, de prenatale ontwikkeling links, de progressies in het midden en de transits rechts, met daarnaast een overzicht van de werken van Leonardo da Vinci.

 


In dit overzicht wordt de tijd in de prenatale ontwikkeling in relatie gebracht met de 'leeftijd'. Elke maanomloop van 27.5 dagen in de prenatale ontwikkeling komt daarin overeen met 7 levensjaren. De prenatale ontwikkeling van een mens bestaat uit 10 maanomlopen = 275 dagen gemiddeld = 9 maanden.

De progressies van de planeten na de geboorte kunnen ook met de 'leeftijd' worden verbonden. Elke dag na de geboorte staat voor één levensjaar.

In bovenstaand schema staan de prenatale tijd en de progressieve tijd horizontaal geplaatst naast de 'leeftijd' en jaren, met daarbij genoemd de belangrijkste biografische gegevens.

 

De volgende onderwerpen gaan we verder uitwerken:

 - het tekenen en waarnemen

 - de stijlverandering rond 1479

 - zijn uitvindingen

 - het ruiterstandbeeld van 1493

 - zijn verblijf in Frankrijk 


Het tekenen en het waarnemen

In het onderzoek naar het vorm- en kleurgebruik in de beeldende kunst hebben we kunnen vaststellen dat de planeetaspekten met Mars met het tekenen samenhangen. Leonardo da Vinci had in het vroege begin van zijn prenatale ontwikkeling een Zon conjunct Mars. Dat aspekt zien we terug in zijn voorliefde voor het tekenen, dat hij al op jonge leeftijd had.

".... ser Piero (vader van Leonardo) nam op een zekere dag enige tekeningen van Leonardo mee naar zijn goede vriend Andrea del Verrocchio, aan wie hij met klem vroeg hem te willen zeggen of Leonardo er iets aan zou hebben als hij zich aan de tekenkunst zou wijden. Andrea stond verbaasd toen hij zag hoe buitengewoon goed Leonardo's eerste tekeningen waren en hij drong er bij ser Piero op aan hem op dit gebied verder te laten leren. ...." (Vasari: Le vite de più eccellenti pittori, scultori e architectori)



In datzelfde onderzoek zagen we dat planeetaspekten met Saturnus in de kunst onder andere te maken heeft met het werken naar de waarneming. Da Vinci heeft een duidelijke voorkeur ontwikkeld voor dit werken naar de waarneming. Dat zien we aan de vele karakterkoppen die hij tekende van plaatsgenoten. Maar ook zijn natuurwaarnemingen en zijn anatomische tekeningen.

"... Leonardo keek zo graag naar ongekunstelde lieden, met hun vreemde baarden en hun zonderlinge koppen met haar, dat hij in staat was iemand die hem was bevallen een hele dag achterna te lopen: en hij prentte zich die kop dan zo goed in dat hij, eenmaal thuisgekomen, hem uittekende als was die persoon aanwezig. .... " (Vasari: Le vite de più eccellenti pittori, scultori e architectori)

 

De eerste werken van Leonardo da Vinci laten een scherpe waarneming zien in de vele uitgewerkte details. De "Knielende Engel" die hij mocht uitvoeren op het schilderij "De Doop van Christus" van zijn leermeester Verrocchio is heel goed uitgewerkt, in houding, in gezichtsuitdrukking en ook de kleur en de vorm van de kleding.


 

In het eerste geheel zelf uitgevoerde schilderij "Annunciatie", gemaakt in 1472, (hierboven) zien we een rijkdom aan details, in de figuren zelf, maar ook in het landschap, met bomen, bloemen, vergezichten.




"Chiaroscuro" en "Sfumato"

Rond 1480 zien we in de werken van Leonardo da Vinci een verandering optreden. In de "Aanbidding der Koningen" dat hij begon in 1481, en onvoltooid achterliet in Florence, zien we een heel eigen methode van vormgeven. Een detail uit dat schilderij zien we hierboven afgebeeld, in een "chiaroscuro" uitgwerkt, dat wij kennen als het 'clair-obscur', het 'licht-donker'.

Er bestaan verschillende voorstudies, met een nauwkeurig geconstrueerde perspectief, dat doet herinneren aan het werk van Masaccio.



In dit werk week Leonardo da Vinci af van de heersende stijl van schilderen waarmee figuren in silhouetten, in contouren, naast elkaar werden afgebeeld.

Leonardo Da Vinci gebruikte een methode van modelleren, waarmee figuren in een licht en donker werden uitgewerkt, dit werd "chiaroscuro" genoemd. Figuren treden tevoorschijn uit een donkere achtergrond en vormen daardoor een grotere eenheid. De gebaren en de gezichten drukken een verwondering uit. De expressie wordt door de beweeglijke figuren vergroot.


De stijlverandering in de jaren 1481-1482-1483

In het werk van Leonardo da Vinci zien we een duidelijke verandering optreden in het werk vóór en ná 1479.

In een onderzoek naar conjuncties tussen Uranus en Neptunus hebben we kunnen vaststellen dat deze conjunctie betekenisvol is geweest voor de kunsten in de Renaissance. In het voorbeeld van Leonardo da Vinci was dat het gebruik van 'chiaroscuro' en 'sfumato'.

Het 'chiaroscuro' hebben we hierboven reeds beschreven.



In 1482 ontstond in Milaan de "Madonna van de Grot". In de voorstelling zien we de kleine Johannes tegenover het kind Jezus met Maria en een engel. Ook in dit schilderij treden de figuren tevoorschijn uit het halfdonker, de omtrekken schijnen daarbij te vervloeien in een nevelachtige sfeer. Dit gebruikte effect werd 'sfumato' genoemd.


Vóór 1479 en ná 1479

Vóór 1479 zien we tekeningen en schilderijen die sterk bepaald werden door de waarneming, door lijnen en contouren en door detailleringen.

Ná 1479 werden de schilderijen door het gebruik van "chiaroscuro"en het "sfumato" expressiever.

In de planeetbewegingen van die tijd rond 1479 zien we een samenstand van Uranus met Neptunus. Deze samenstand komt eens in de 171 jaar voor. Deze planeetstand geeft een combinatie van kwaliteiten van Uranus en Neptunus.

Planeetaspekten met Uranus geeft altijd een expressieve vorm van kunst. In de schilderijen van Da Vinci rond deze tijd zien we de expressieve gebaren en uitdrukkingen van zijn figuren.

Planeetaspekten met Neptunus zien we vooral in impressionistische vormen van schilderkunst. Het gebruik van een "chiaroscuro" en een "sfumato" lijkt daarmee samen te hangen.




De uitvindingen van Leonardo da Vinci

We kennen de vele tekeningen, verzameld in zogenaamde codex, verspreid over de wereld. Het is een aaneenschakeling van ideeën, op heel verschillende terreinen van wetenschap en techniek.

De Codex Atlanticus is de grootste van alle Codex. Het bevat 1119 pagina's en is getekend tussen 1479 en 1519. De tekeningen laten heel verschillende onderwerpen zien, van vliegkunst tot wapensystemen, diverse uitvindingen als muziekinstrumenten, wiskundige zaken en artikelen over botanica.

De Codex Atlanticus is in het bezit van de Biblioteca Ambrosiana in Milaan.

De Codex Leicester bestaat uit 18 dubbelgevouwen vellen met aantekeningen en schetsen, geschreven in de periode 1508 tot 1510.

De Codex Leicester bevat Leonardo's theorieën met betrekking tot rivieren en de zee, de eigenschap van het water, stenen en fossielen, lucht en hemels licht. Uitgewerkt in 300 pentekeningen en diagrammen.

De Codex Leicester behandelt vier thema's: de architectuur, de wetenschap van de schilderkunst, een algemeen werk over de menselijke anatomie en de elementen van de mechanica.

De Codex Leicester werd in 1994 gekocht door Bill Gates voor 30.8 miljoen dollar.

De andere manuscripten zijn: de Codex Arundel, de Codex Madrid en de Codex over de vogelvlucht.

    

Wat maakte Leonardo tot een uitvinder?

Leonardo da Vinci had tijdens zijn geboorte de planeten Saturnus en Neptunus in het luchtteken Weegschaal staan, in een driehoek met Mars in het luchtteken Waterman.

In de progressies, volgend op zijn geboorte, waarbij elke volgende dag staat voor één levensjaar, heeft Leonardo da Vinci planeten in het luchtteken Tweeling lopen, in een volledige driehoek naar Saturnus/Neptunus in Weegschaal en Mars in Waterman. Eerst Venus, vervolgens de Zon, en daarna ook Mercurius.

Deze volledige driehoek in de 'luchttekens' geeft een doorlopende inspiratie. Het geeft ook een probleemoplossend vermogen, dat bij Leonardo da Vinci een vloed aan ideeën heeft doen ontstaan.

Het is een herkenbaar gegeven. Iedereen kent wel het fenomeen, dat je met een vraag rondloopt, en dat het je dan opeens "te binnen schiet". Of je wordt 's morgens wakker uit je slaap en je weet de oplossing (van je vraag). De een heeft dat geregeld, de ander zo af en toe.

Welaan, met de langlopende 'luchtdriehoek' vanuit Tweeling had Leonardo da Vinci een doorlopende  stroom aan ideeën. Het kan je zo in beslag nemen dat je andere zaken laat liggen. Dat verklaart ook wel het feit dat Da Vinci zo weinig schilderijen heeft kunnen maken, en daarvan ook enkele niet heeft kunnen voltooien.

 


 

Het ruiterstandbeeld van 1493

Leonardo da Vinci trad in 1482 in dienst bij de hertog van Milaan, als vestingbouwkundige, later meer als architect, beeldhouwer en schilder.

In het begin van zijn verblijf in Milaan kreeg hij de opdracht voor een ruiterstandbeeld. Leoanardo da Vinci werkte, met tussenpozen, 10 jaar aan het ontwerp. In 1493 was het klaar. Het was een kleiontwerp, en het was 8 meter hoog, gereed om te worden gegoten in brons. De hertog van Milaan had er al koper, tin en lood voor ingekocht. Het liep allemaal anders. Het materiaal werd in 1494 gebruikt om er kanonnen van te gieten.

Het ontwerp van Leonardo da Vinci werd nooit uitgevoerd in brons. Deze gebeurtenis moet een enorme teleurstelling zijn geweest. Da Vinci ging zich daarop bezighouden met het schilderen van het "Laatste Avondmaal".

Zonsverduisteringen

Leonardo da Vinci had gedurensde zijn leven twee Zonsverduisteringen.

Zonsverduisteringen vallen altijd samen met belangrijke veranderingen en ontwikkelingen in de levensloop van een mens.

De eerste Zonsverduistering trad op, in zijn prenatale ontwikkeling, op 23 december 1451. Deze datum viel samen met het moment, dat zijn ruiterstandbeeld klaar was, in 1493.

Het ontwerp waaraan Da Vinci 10 jaar had gewerkt, werd nooit uitgevoerd. Leonardo da Vinci ging zich vanaf dat moment bezig houden met het ontwerp en het uitvoeren van een muurschildering "Het Laatste Avondmaal" in de eetzaal van de Santa Maria delle Grazie  in Milaan.

Zijn laatste levensjaren in Frankrijk

De tweede Zonsverduistering vond plaats in de progressies, op 17 juni 1452. Dit moment stond in relatie met de jaren rond 1515 e.v. Leonardo da Vinci verbleef op dat moment in Rome en kreeg nauwelijks werk. En als hij iets aan werk kreeg, bleef het liggen, afgeleid door zijn voortdurende stroom aan ideeën.

In 1516 ging Leonardo da Vinci werken voor koning François I van Frankrijk, en ging weg uit Italië. Hij kreeg een landhuis in Cloux. Er was in die tijd een onderaardse gang naar het kasteel van Amboise. François I bezocht Leonardo vaak, om te praten over filosofie en over kunst.

In deze periode ontstond een plan voor het Loire-kanaal in Romorantin. Hij maakt verder geen nieuwe schilderijen, wel bleef hij tekenen. 

Op 2 mei 1519 overleed Leonardo da Vinci.

Zeventien van zijn doeken en geen van zijn beelden zijn bewaard gebleven. Het merendeel van zijn tekeningen bevindt zich in Engeland, in de collectie van Koningin Elizabeth. 

 





















Reacties
Lijst met albums
Beeldhouwers

Stijlen, vormen en materialen

Schilders

Stijlen, vormen en kleuren, materialen

Categorieën
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl