vorm- en kleurkwaliteiten in de kunst
een fenomenologisch onderzoek naar het gebruik van vorm en kleur
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties


 
 
 
In het onderzoek naar het gebruik van vorm en kleur in de beeldende kunst is het werk van Kandinsky een uitstekend voorbeeld.
 
In het eerste voorbeeld, bij Picasso, was een opeenvolging van stijlen het meest kenmerkend.
Bij Mondriaan was het een rechtlijnige ontwikkeling naar abstraktie.
In het voorbeeld van Kandinsky zien we eveneens een ontwikkeling naar abstraktie, alleen veel dynamischer in zijn uitwerkingen.

Het verschillende gebruik van vorm en kleur in de kunst van Picasso, Mondriaan en Kandinsky hebben we in verband kunnen brengen met 'vormkrachten' in de prenatale ontwikkeling van deze kunstenaars.

De 'vormkrachten' zijn terug te voeren op planeetaspekten tijdens de prenatale ontwikkeling van genoemde kunstenaars. Picasso had een veelvoud aan planeetaspekten in zijn prenatale ontwikkeling. Mondriaan had alleen maar aspekten met Saturnus. Kandinsky had een combinatie van aspekten met Saturnus én met Uranus.
 
Kandinsky gaan we achtereenvolgens beschrijven in:
 
  - een overzicht van de prenatale ontwikkeling
  - we laten het kosmogram zien, van 16 december 1866
  - daaropvolgend een beknopte biografische schets
  - met een makrokosmische analyse
  - steeds geïllustreerd met enkele schilderijen van Kandinsky
 
 
 
Prenatale ontwikkeling van Kandinsky
 
In het onderstaande overzicht zien we links de planeetaspekten tijdens de prenatale ontwikkeling van Kandinsky, en rechts een overzicht van schilderijen.
 
De prenatale ontwikkeling van een mens bestaat uit een periode dat gelijk staat met 10 maanomlopen. Deze periode kan in relatie worden gebracht met de daaropvolgende levensloop.
Een maanomloop van 27,5 dagen komt overeen met 7 jaren in de levensloop.
In het onderstaande overzicht staan de overeenkomende jaren en leeftijden in het midden aangegeven.

 
 

 
 
Het begin van de prenatale ontwikkeling ligt op 17 maart 1866 (linksboven) en loopt door tot de geboortedatum van 16 december 1866 (linksonder).
 
Het meest kenmerkend zijn de Saturnus-aspekten in de prenatale ontwikkeling in de maanden september en oktober 1866, welke aspekten samenhangen met de jaren vanaf 1913, de periode waarin het werk van Kandinsky abstrakt wordt.

          1912                    1914                  1916           1922                         1925

Tussen deze Saturnus-aspekten in staat een conjunctie van Mars en Uranus, van 24 september 1866,, welke conjunctie samenhangt met de jaren rond 1915, dat overeenkomt met de enorme dynamiek in zijn abstrakte schilderijen van dat moment.
 
 
 
 
 
Het kosmogram van 16 december 1866
 
Dit kosmogram is berekend voor de datum 16 december 1866 volgens de Gregoriaanse kalender. De geboortetijd is 5.58 uur in de morgen, de Zon staat nog onder de horizon, en Saturnus staat net boven de horizon.
 
 
        
Als men regelmatig naar de hemel kijkt, overdag en vooral 's nachts, dan ziet men de Zon en Maan en verschillende planeten aan de Horizon en in de Midhemel staan. Dit gegeven ligt ten grondslag aan elk kosmogram, populair gezegd 'horoskoop'.
In ons onderzoek maken wij daarvan weinig gebruik. De aandacht ligt vooral op de planeetbewegingen in de prenatale ontwikkeling en in de tijd na de geboorte. Het kosmogram is slechts een tijdsopname. De gangbare 'astrologie' legt daarin allerlei betekenissen en verbanden.

Fenomenologisch onderzoek

In het onderzoek naar het gebruik van vorm en kleur in de kunst is gebleken, dat de planeetaspekten tijdens de prenatale ontwikkeling van grote betekenis zijn voor de creatieve ontwikkeling in het werk van een kunstenaar.
Daarnaast zijn ook sterk geplaatste planeten in een kosmogram van enige betekenis, zoals in het voorbeeld van Kandinsky, de Saturnus op de Ascendant.
Verder zijn de progressieve planeetaspekten van belang. Voor Kandinsky gelden vooral de progressieve conjuncties met de planeet Jupiter. Zoals we in ons onderzoek zijn tegengekomen, zien we deze conjuncties met Jupiter bij die kunstenaars voorkomen, die ook zijn gaan lesgeven. Kandinsky heeft dat een groot deel van zijn creatieve leven gedaan. Eerst in een eigen kunstschool, de "Phalanx", van 1901 tot 1904, daarna vanaf 1918 in Moskou, en vanaf 1921 aan het Bauhaus in Weimar.

We geven hieronder een overzicht van deze progessieve planeetaspekten.

... wordt nog geplaatst .................
 
 
 
Wassily Kandinsky
 
Kandinsky werd geboren in Moscow op 4 december (Juliaans) 1866, welke datum overeenkomt met 16 december (Gregoriaans) 1866. De geboortetijd is vastgesteld op 5.58 uur. De Zon staat nog onder de horizon.
 
Jurist
 
Studeerde vanaf 1886 aan de Universiteit van Moscow, rechten en economie. Hij volgde ook colleges Ethnologie aan de Lomonossow Universiteit.
Al tijdens zijn studie aan de universiteit schilderde hij en bezocht tentoonstellingen van beeldende kunst.
In 1889 ging naar het noordelijk deel van het Oeralgebergte, om het rechtssysteem van de Syrjanen te bestuderen. Hij raakte hier gefascineerd door abstrakte beschilderingen van muziekinstrumenten.
Als jurist was hij succesvol. Een leerstoel aan de universiteit van Dorpat, in Estland, accepteerde hij niet. Hij koos voor de schilderkunst en vertrok naar München.
 
Opleiding
 
In 1896 ging Kandinsky naar München, studeerde eerst aan de schilderschool van Anton Azbe, van 1897 tot 1899.
Vanaf 1900 studeerde hij aan de Akademie der Bildenden Künste, bij Franz von Stuck.
Al in 1901 richtte hij een kunstenaarsgroep op, de "Phalanx", en een daarbijhorende kunstschool. Het was weinig succesvol, het werd in 1904 al weer opgeheven. Hier ontmoette hij Gabriele Münter, zijn latere vrouw.

Portret van Gabriele Münter, 1905, door Kandinsky
 
 
Synesthetische ervaringen
 
Kandinsky had al van jongs af aan synesthetische ervaringen. Zijn intensieve kleurwaarnemingen hadden een effect als de klank van verschillende muziekinstrumenten.
 
"De zon smelt Moskou aanneen tot een vlek die als een dolle tuba heel het innerlijk doet vibreren. Roze, lila, gele, witte, blauwe pistache-groene, vuurrode huizen, kerken, het razend groen gras, de diep brommende bomen of de met duizend stemmen zingende sneeuw, of het allegretto van de kale stammen, de rode, stijve, zwijgende  ring van de Kremlinmuur en daarboven, verheven boven alles, als triomfantelijk geschreeuw, als een zich vergetend halleluja, de witte, lange, sierlijke ernstige streep van de Ivan Weliky-klokketoren. - Dit tijdstip te schilderen leek me het onmogelijkste en het hoogste geluk voor een kunstenaar."
 
 
Gevoel voor abstraktie
 
Al vroeg had Kandinsky oog voor de mogelijkheden van abstraktie. Het concept van een non-figuratieve schilderkunst hield Kandinsky al langer bezig. Een schilderkunst waarin vormen en kleuren een met muziek vergelijkbaar effect zou opleveren. Een voorval in de periode dat hij in München woonde spreekt daarover.
 
"Veel later, al in München, werd ik betoverd door een onverwachte blik in mijn atelier. Het was het uur van de invallende schemering. Ik kwam na de studie thuis met mijn schilderskist toen ik opeens een ongelooflijk mooi, met een innerlijk gloeien doordrenkt schilderij zag. Ik stokte, daarna liep ik snel op het raadselachtige doek toe, waarop ik niets anders zag dan vormen en kleuren, en dat inhoudelijk onbegrijpelijk voor me was. Ik vond de sleutel tot het raadsel meteen: het was een door mij geschilderd doek dat tegen de muur op zijn zijkant stond. De volgende dag probeerde ik bij daglicht de indruk van de avond ervoor uit het doek te halen. maar daar slaagde ik maar half in. Ook op de zijkant gezet, herkende ik voortdurend voorwerpen en het fijne lazuur van de schemering ontbrak. Nu wist ik zeker dat het voorwerp mijn doeken benadeelde."
 
 
Über das Geistige in der Kunst
 
In het najaar van 1909 was het typoscript van zijn boek klaar en bood Kandinsky het aan ter publicatie. Pas in september 1911, door bemiddeling van Franz Marc, werd het boek in een oplage van 1000 exemplaren gedrukt. In het najaar van 1912 verschenen nog eens twee herdrukken.
 
Het boek bestaat uit twee delen: een filosofische beschouwing over kunst en een verhandeling over kleur.
 
"... kleuren zijn op te vatten als innerlijke krachten die een kunstenaar zichtbaar maakt in zijn schilderijen...."
 
Verder zegt Kandinsky over kunst, over kunstwerken en het schilderen, dat het "de ziel voedt, op 'n niveau houdt, zoals de stemsleutel de snaren van een instrument".
 
Het tweede deel over kleur, bestaat uit een aantal hoofdstukken, die we hier kort zullen aanhalen.
 
De kleur beïnvloedt niet alleen het gezichtsvermogen (= fysieke werking van kleur), maar ook door de vele associaties die het oproept, vergroot het het gevoelsleven. Kleur kan direct invloed uitoefenen op de ziel. "De kleur is de toets, het oog is de hamer, de ziel is de piano met haar vele snaren."
 
De "Vorm- en kleurentaal" is het langste en centrale deel van het geschrift.
 
Geel straalt naar alle kanten uit, komt op de toeschouwer af. Geel heeft een excentrische beweging.
Blauw verwijdert zich, heeft een concentrische beweging.
Geel is een verontrustende, opfringerige kleur en heeft een scherpe klank als die van trompetten.
Blauw wijkt, maakt ruimtes oneindig ver. Als klank is blauw vergelijkbaar met een zware orgelmuziek.
 
Groen als mengkleur tussen blauw en geel heft deze extremen op, en is een volkomen rustige, passieve kleur, die een weldadig effect heeft op vermoeide mensen, maar na enige tijd saai kan worden. 
 
"Daarom is het groen in het kleurenrijk wat in het mensenrijk de zgn. bourgeoisie is: een onbeweeglijk, met zichzelf tevreden, aan alle kanten beperkt element. Het groen is als een dikke, zeer gezonde, onbeweeglijk liggende koe, die, alleen in staat is tot herkauwen, de wereld gadeslaat met domme, doffe ogen."
 
Grijs beschrijft Kandinsky als even onbeweeglijk als groen, maar het is een trossteloze onbeweeglijkheid, aangezien het een mengsel is van de niet-klinkende kleuren zwart en wit.
 
Rood is een uiterst levendige, onrustige en krachtige kleur, met veel verschillende psychische en symbolische effecten. Muzikaal doet het felle rood denken aan de klank van een fanfare. Het vermiljoen klinkt als een tuba, en kraprood als de hoge tonen van een viool.
 
 
Blaue Reiter
 
Op 18 december 1911 vond de eerste tentoonstelling plaats van de groep "Der Blaue Reiter" in de zalen van galerie Thannhauser in München. Er hing werk van een groep internationale kunstenaars, waaronder Robert Delaunay, Henri Rousseau, de Rus Burljuk, Franz Marc, Kandinsky, de Zwitser Bloé Niestlé, August Macke, en werk van Arnold Schönberg.
 
Naast de expositie werd een almanak uitgegeven, waarin de kunstenaars zelf aan het woord werden gelaten. Zij konden het beste hun artistieke ideeën uitleggen. Deze almanak van "Der Blaue Reiter" verscheen in mei 1912.
 
De teksten in de almanak waren breed georiënteerd. Het bevatte opstellen over probleemstellingen in de schilderkunst, de muziek en de toneelkunst, daarnaast moderne komposities van Arnold Schönberg, Anton Webern en Alban Berg.
De teksten werden vergezeld door afbeeldingen van volkskunst, middeleeuwse houtsneden, Egyptische schaduwspelfiguren, dansmaskers, plastiek uit Kameroun en Mexico, Chinese schilderkunst en Japanse pentekeningen, klassiek kunst en kindertekeningen.
 
Bijna de helft van de teksten was van Kandinsky afkomstig. Hij was de drijvende kracht achter de onderneming, bewerkte  en vertaalde de bijdragen van de Russen en verzorgde het beeldmateriaal.
 
 
Abstrakte Kunst
 
De jaren tussen het verschijnen van de almanak van "Der Blaue Reiter" en het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog waren voor Kandinsky de belangrijkste jaren op weg naar abstraktie. De kleur kwam los te staan van het onderwerp, "door het inperken van het uiterlijk, kan het innerlijk sterker klinken". Kandinsky kwam tot een geheel nieuwe schilderstijl, met een heel eigen beeldtaal, waarin de schilderijen "als puur schilderkunstige wezens hun zelfstandige intensieve leven leiden".
 
Al sinds 1909 betitelde Kandinsky zijn doeken met 'impressie', met 'improvisatie' en met 'compositie'.
Een 'impressie' ontstond door directe uiterlijke natuurindrukken.
Een 'improvisatie' door indrukken uit de 'innerlijke' natuur, dus onbewust en spontaan.
Een 'compositie' daarentegen was een bewust geplande schepping van een schilderij, waaraan vaak talrijke ontwerpen voorafgingen.


 
Hierboven, een van de meest veelzeggende doeken uit de periode in München is de "Compositie VI", uit 1913.
Het doek was bijna twee bij drie meter groot.
 
"Dit schilderij heb ik anderhalf jaar met me meegedragen en vaak dacht ik dat ik het niet zou voltooien".
 
Voor Kandinsky was 1913 het vruchtbaarste jaar van voor de oorlog.


 
Kandinsky's belanrijkste werk uit zijn laatste jaar in München is de "Compositie VII" (hierboven), een doek zonder figuratie. Ook twee bij drie meter. Kandinsky maakte ongeveer 30 studies: olieverfstudies, aquarellen en inkttekeningen. Hij schilderde het uiteindelijke doek tussen 25 en 28 november 1913. Gabriële Münter heeft het ontstaan ervan vastgelegd op enkele foto's. Daarin kunnen we zien hoe Kandinsky te werk ging.

foto eerste fase

foto tweede fase
 
 
Terugkeer naar Moskou
 
Toen de Eerste Wereldoorlog in 1914 losbarstte, vertrok Kandinsky op 3 augustus naar Zwitserland, aan de Bodensee.
 
Hij bleef hier 3 maanden in de hoop op een snel einde van de oorlog. Hier begon Kandinsky met de theoretische aantekeningen over vormkwesties, de basi voor zijn latere Bauhaus-boek "Punkt und Linie zu Fläche".
 
Op 16 november 1914 reisde Kandinsky verder naar Rusland. Het eerste jaar in Moskou werd gekenmerkt door depressie en twijfel. In 1915 schilderde hij geen enkel schilderij. Zijn ontmoeting met Nina Andreewsky in 1916 gaf hem weer levensmoed.
 
In de periode 1916 en 1921 maakt Kandinsky slechts 41 schilderijen, naast tekeningen en aquarellen en etsen.
 
Tijdens de Oktoberrevolutie raakte Kandinsky zijn eigendommen kwijt, ze werden onteigend. Hij moest gaan leven van de opbrengst van zijn schilderijen.
 
In 1918 hielp Kandinsky mee met de culturele opbouw van Rusland. Hij werd lid van de afdeling beeldende kunst van het Volkscommissariaat voor Culturele Vorming. Hij leidde de secties theater en film. In het najaar van 1918 werd hij professor Kunstwetenschappen aan de universiteit van Moskou.
In 1919 richtte hij een Instituut voor Artistieke Cultuur (INChUK) op. Hij stelde een leerplan op waarin hij de wisselwerking tussen de verschillende kunsten formuleerde.
 
In 1914 was zijn boek "Über das Geistige in der Kunst" in een Russische vertaling verschenen. Het had grote invloed op zijn Russische tijdgenoten. Maar zij waren veel radicaler: tegenover Kandinsky's abstrakte expressieve non-figuratieve schilderijen plaatsten zij een geometrisch-abstrakte stijl, naar het idee van Malewitch, het suprematisme, "De overheersing (suprematie) van het pure gevoel", het gaf een algehele bevrijding van de kunst van de figuratie.
De constructivisten wezen Kandinsky's werk af, als "harmonisch", en "schilderkunstig". Zij vonden de schilderijen van Kandinsky spiritistisch.
 
Door de politieke situatie in Rusland was een vrije artistieke activiteit vrijwel onmogelijk. Kunstenaars moesten hun werk in dienst stellen van de marxistisch-leninistische politiek.
 
 
Leraar aan het Bauhaus
 
In het najaar van 1921 werd Kandinsky gevraagd om les te komen geven op het Bauhaus in Weimar.
Het Bauhaus had bij haar oprichting gelijk al 150 studenten, waarvan de helft uit vrouwen bestond. Vrouwen kregen onder de nieuwe grondwet van Weimar onbeperkte onderwijsvrijheid. Alle studenten werden bezield door de wens na de ramp van de oorlog te ontwerpen en te bouwen voor 'de nieuwe mens'.
In het eerste jaar van zijn oprichting in 1919, benoemde Walter Gropius de schilder en kunstpedagoog Johannes Itten, de beeldhouwer Gerhard Marcks en de schilder Lyonel Feininger.
Itten ontwierp een voorbereidende cursus.
De jaren erna werden Paul Klee, Oskar Schlemmer en Kandinsky aangesteld als meester.
Iedere meester was leider van een atelier: Feininger had de drukkerij, Klee de boekbindkunst, Itten metaalbewerken, Gropius  meubelmaken, en Kandinsky muurschilderkunst.
 
Vanaf juni 1922 woonde Kandinsky in Weimar. Hij was druk met zijn werk als docent, hij bereidde zijn lessen heel zorgvuldig voor, had daardoor weinig tijd voor eigen werk.
In de zomer maakte hij "Kleine werelden", twaalf grafische bladen, een soort grammatica van de beeldende vormen, met expressieve en meer constructivistische elementen. Op basis van dit werk maakte Kandinsky het werk Compositie VIII, 1923.
 
Kandinsky had ook oog voor de relatie tussen kleur en vorm, waarbij een kleur een eigen vorm vraagt.
Hij liet dat door zijn leerlingen uitzoeken. Veruit de meeste leerlingen maakten de driehoek geel, het vierkant rood en de cirkel blauw.
 
In 1926 verscheen het geschrift "Punkt und Linie zu Fläche", waarin al deze ideeën werden uitgewerkt. Het vormde de basis voor de door hem geleide "vrije schilderklas".
 
In zijn analyses van composities maakte Kandinsky ook gebruik van de dansvormen die werden uitgevoerd door de danseres Gret Palucca. Zij danste in de jaren 20  regelmatig op het podium van het Bauhaus.
Interessant om hier bij te noemen is het "Triadische ballet" dat door Oskar Schlemmer werd uitgedacht en uitgevoerd.
Het Bauhuas-podium werd bepaald door Schlemmer, die zijn loopbaan aan het Bauhaus begon als leerling in de timmerwerkplaats en in 1925 de theaterwerkplaats overnam. Schlemmer analyseerde in het theater elementen als: ruimte, vorm, kleur, toon, beweging en licht.
 
 
 
Laatste jaren in Parijs
 
In 1933 werd het Bauhaus gesloten, Kandinsky werd ontslagen. Het werd duidelijk dat Kandinsky en zijn vrouw niet in Duitsland konden blijven. Kandinky was Rus, abstrakt schilder en Bauhaus-leraar.
In 1933 verhuisden ze naar Neuilly-sur-Seine bij Parijs. Kandinsky had hier in 1929 en 1930 tentoongesteld en veel kunnen verkopen. Hij hoopte van zijn werk te kunnen leven.
 
Ze gingen wonen in een appartement in een flatgebouw dat uitkeek op de Seine. De grootste kamer in het huis werd tot atelier gemaakt, en Kandinsky ging weer grote doeken maken.
Na zijn "koude periode" zoals hij de Bauhaus-tijd noemde, had hij de behoefte aan meer "polyfonie", een combinatie van "sprookjes" en "realiteit".
In 1937 deed Kandinsky mee met de grote tentoonstelling "Origines et Développement de l'Art International Indépendant" in het museum Jeu de Paume in Parijs. Het liet de ontwikkeling zien van impressionisme tot abstraktie.
Voor het eerst werden Kandinsky's doeken weer eens gezien door een groot publiek.
 
In datzelfde jaar 1937 werden in Duitsland werken van Kandinsky "entartet" verklaard en opgenomen in de geruchtmakende tentoonstelling "Entartete Kunst".
 
In het begin van de Tweede Wereldoorlog in 1940 weken Kandinsky en zijn vrouw uit naar de Pyreneeën, waar ze 3 maanden doorbrachten, om daarna weer terug te keren naar Parijs. Hij was inmiddels Frans staatsburger.
Kandinsky probeerde tijdens de oorlog zijn gewone leven voort te zetten. Tot juli 1944 schilderde hij.
Kandinsky overleed op 13 december 1944 in zijn woning in Parijs.
Frankrijk was op dat moment al bevrijd.
 
 
 
De schilderkunst van Kandinsky
 
 

Het vroege werk uit de periode 1898 tot 1903
 
...........wordt nog beschreven ............


 
 
 
 

De periode tot 1909.
 
Kandinsky schilderde in een expressionistische stijl.
 
 
Vanaf 1910 gaat Kandinsky zijn voorstellingen steeds meer vereenvoudigen. Hij geeft zijn schilderijen titels: Impressies, Improvisaties en Komposities.
 
 
.......................
 
 
 
 
 
 
 
De jaren vanaf 1912
 
........ wordt nog uitgewerkt ................
 
 
 
 
 
 
 

 
De periode van het Bauhaus
 
 
.... wordt nog uitgewekt .........


 
 
De laatste jaren in Parijs

.... wprdt nog uitgewerkt ...............






        






























Lees meer...
Lijst met albums
Beeldhouwers

Stijlen, vormen en materialen

Schilders

Stijlen, vormen en kleuren, materialen

Categorieën
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl