vorm- en kleurkwaliteiten in de kunst
een fenomenologisch onderzoek naar het gebruik van vorm en kleur
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
 
      
 
              
 
 
 
                               van realisme naar abstraktie
 
In het onderzoek naar planeetkwaliteiten in de beeldende kunst is het werk van Mondriaan een goed voorbeeld.
 
In het eerste voorbeeld van Picasso zagen we een grote verscheidenheid aan stijlen, vormen en kleuren, materialen en technieken. Deze veelheid aan uitdrukkingsmiddelen zagen we terug in de opeenvolging van een groot aantal verschillende planeetaspekten tijdens de prenatale ontwikkeling van Picasso.
 
Bij Mondriaan ligt dat geheel anders. Hier zien we dat slechts één planeet van invloed is geweest op de artistieke ontwikkeling van Mondriaan. In de prenatale ontwikkeling heeft Mondriaan vanaf 1910 een reeks opeenvolgende aspekten met Saturnus.
Het werk van Mondriaan, in de periode na 1910,  ontwikkelde zich heel duidelijk in één bepaalde richting, de vormabstraktie. Deze ontwikkeling heeft geleid tot de zo karakteristieke schilderijen met de horizontale en vertikale zwarte lijnen. Gedurende meer dan twintig jaar, van 1921 tot 1940, ontstaan deze schilderijen in slechts een klein aantal compositionele types. Zelfs het gebruiken van 'dubbele lijnen' in de periode rond 1932 en daarna gaat niet in tegen de principes van zijn abstracte werk. 
Als in de prenatale ontwikkeling de aspekten met Saturnus voorbij zijn, laat Mondriaan deze stijl van werken los en ontstaan de Boogie Woogie schilderijen. Zien we in Broadway Boogie Woogie eerst nog duidelijke lijnen, in het laatste schilderij, de Victory Boogie Woogie zijn deze lijnen nog nauwelijks te herkennen.
 
We zullen hieronder dit onderwerp verder uitwerken:
 
  - in een korte biografisch schets
  - de makrokosmische bijzonderheden
  - de illustratie daarvan met kunstwerken
  - Mondriaan en de theosofie
  - de ateliers van Mondriaan
  - Mondriaan en Jacoba van Heemskerck (wordt nog verder uitgewerkt)
  - Mondriaan en Harry Holtzman, 1934 -1944
 
 
Deze schets van het leven en werk van Mondriaan zijn we meer uitgebreid gaan uitschrijven op de heel eigen website mondriaan.punt.nl
 
 
 
 
               
                    Piet Mondriaan              Zelfportret                     1918
 
 
 
Piet Mondriaan
 
Mondriaan werd geboren op 7 maart 1872 in Amersfoort.
 
 
Opleiding
 
Mondriaan heeft al vroeg leren tekenen. Zijn vader was naast hoofdonderwijzer een begaafd amateur-tekenaar.
In 1886, 14 jaar oud leerde Mondriaan zichzelf schilderen. Zijn oom, Frits Mondriaan, zelf schilder behorend tot de Haagse School, gaf hem adviezen.
Mondriaan haalde enkele Aktes Tekenen.
In 1892, 20 jaar oud, verliet Mondriaan het provinciale Winterswijk, en ging naar Amsterdam naar de Academie. Hij kwam hier in aanraking met de Amsterdamse impressionisten, als George Breitner en Isaac Israëls.
In 1894 werd hij lid van de kunstenaarsvereniging "Arti et Amicitiae", later ook van Sint Lucas.
 
 
 
 
 
Naturalisme
 
In Amsterdam was Mondriaan zich niet bewust van de kunstontwikkelingen in Frankrijk, zoals het impressionisme en het neo-impressionisme of divisionisme.
Rond 1900 nam Mondriaan bepaalde elementen over van het Symbolisme en de Art Nouveau, zoals dat te zien was in het werk van Jan Toorop en Floris Verster.
Het werk van Mondriaan bleef realistisch.
In 1904 gaat Mondriaan naar Uden. Hier ontstaan landschappen en zonsondergangen.
Hij maakte hier zijn eerste abstrakte composities: ".... dat komt niet in de natuur voor, maar het is toch geschapen. Het is al wij erover denken."
 
 
 
 
 
Expressionisme en Symbolisme
 
In september 1908 ging Mondriaan voor het eerst naar Zeeland, in Domburg, waar kunstenaars samenkwamen rond de schilder Jan Toorop.
Mondriaan maakte hier kennis met Jan Sluijters en Leo Gestel. Mondriaan onderging een directe invloed van de fauvistische schilderwijze van Jan Sluijters, en gaat ook pointillistisch schilderen naar het werk van  Jan Toorop.
In 1909 werd Mondriaan lid van de Theosofische Vereniging. Hij had grote belangstelling voor de meer geestelijke kant van de kunst. Dit onderwerp wordt hieronder nog verder uitgeschreven.
 
 
 
 
 
 
Periode van verandering: Kubisme
 
De periode 1909 tot 1915 wordt gezien als een overgangsperiode waarin Mondriaan zich begon te ontwikkelen tot de kunstenaar die we zo goed kennen. Hij ging zijn natuurobservaties meer en meer reduceren tot het meest elementaire overbleef.
In 1909 tot 1910 werkte Mondriaan in een pointillistische stijl.
In oktober 1911 zag Mondriaan enkele vroeg-kubistische werken van Picasso en Braque in de Moderne Kunstkring.
De periode 1911 tot 1912 wordt gezien als een overgang naar een vorm van kubisme, waarna Mondriaan in 1912 tot 1913 kubistisch ging schilderen.
In het voorjaar van 1912 verhuisde Mondriaan naar Parijs. Hier ontwikkelde hij zijn persoonlijke individuele stijl van een kubisme, dat gedurende de eerste Wereldoorlog en daarna verder ontwikkelde tot een heel eigen vorm van abstraktie.
Onderwerpen als bomen, een kerkfaçade, een pier of de zee, werden in toenemende mate 'geabstraheerd'.
 
 
 
 
 
Naar pure abstraktie
 
In 1915 tot 1916 ging Mondriaan over tot een non-figuratieve compositie 'in zwart-wit, in lijn en in kleur'.
De verschillende bomen, hierboven, zijn daar een goed voorbeeld van. Hetzelfde deed hij met het 'Stilleven met de gemberpot'.
Mondriaan besloot in 1916 om met de zuiver plastische elementen van lijn, vlak en kleur te gaan schilderen. Hij werkte in dat jaar in Laren, waar ook Bart van der Leck een atelier had. Bart van der Leck schilderde met vlakke kleurvlakken. Mogelijk heeft dit Mondriaan beïnvloed.
Bart van der Leck had drie uitgangspunten. Het eerste was het gebruik van primaire kleuren. Het tweede was dat vormelementen in zijn schilderijen los van elkaar werden neergezet, er is geen overlapping van vormen, waardoor voor-achter, diepte ontstaat. En het derde uitgangspunt was dat de kleurvlakken egaal werden geschilderd, dus zonder enig verloop in kleurtoon of in helderheid.
 
 
 
 
 
  
de Stijl
 
In 1917 ging Mondriaan met Theo van Doesburg en Bart van der Leck samenwerken aan de uitgave van het tijdschrift De Stijl. Het eerste nummer verscheen in oktober 1917.
Pas in het nummer van november 1918 verscheen het Manifest van De Stijl, ondertekend door Van Doesburg, Van 't Hoff, Huszar, Kok, Mondriaan, Vantongerloo en Wils, en gedrukt in vier talen, Nederlands, Duits, Engels en Frans. Bart van der Leck had zich in 1918 al teruggetrokken uit De Stijl. Van der Leck vond dat de architecten de samenwerking bepaalden, hij wilde alleen meewerken op basis van gelijkwaardigheid.
 
 
 
 
Mondriaans schilderijen van 1918-1919 werd gekenmerkt door de asymmetrische komposities met horizontale en vertikale lijnen en vlakken in primaire kleuren rood, geel en blauw.
Mondriaan was in de toepassing daarvan nogal streng. Toen Theo van Doesburg in 1925 diagonalen ging gebruiken in zijn schilderijen, leidde dat tot een definitieve breuk met Van Doesburg en besloot Mondriaan om uit De Stijl-groep te stappen.
Als antwoord op het toepassen van diagonalen, maakte Mondriaan in deze periode een aantal schilderijen, waarin het vierkant werd opgehangen aan de punt, waardoor de diagonale lijnen in het vlak opnieuw vertikaal en horizontaal werden. Het zijn de zogenaamde Losangique-schilderijen uit 1925.
 
 
 
Parijs: bloeiperiode
 
Vanaf 1921 ontwikkelde Mondriaan zijn schilderijen, met horizontale en vertikale zwarte lijnen en enkele vlakken in de kleuren rood, blauw, geel en grijs, in asymmetrische komposities.
Mondriaan schijnt het jaar 1922 beschouwd te hebben als beslissend in zijn loopbaan. Pas toen begon hij met betrekkelijk pure primaire kleuren te werken en verving hij de varierend blauw-grijze achtergrond door een steeds helderder wordend wit. Hij versterkte en vereenvoudigde ook de zwarte lijnstructuur, waarmee hij een stilistische formule had,waarmee hij zijn werk maakte tot aan de periode in New York van 1940-1944.
Rond 1925 ontstonden de schilderijen in de vorm van een vierkant op zijn punt. De Losangique-schilderijen zijn een consequente toepassing van Mondriaan's ideeën, waardoor diagonalen in een vlak toch horizontaal en vertikaal zijn.
 
 
 
 
In de jaren rond 1932 en daarna ontstonden werken met andere lijnstrukturen, met dubbele lijnen, en met slechts een enkel vlak in kleur.
 
 
New York: verandering
 
In 1940 vertrok Mondriaan uit Europa, eerst naar Londen, vervolgens naar New York. Hij ging exposeren met de American Abstract Artist.
 
 
 
 
In deze periode ontstond geheel nieuw werk, waarin Mondriaan de asymmetrische plaatsing van zwarte lijnen en kleurvlakken losliet. De Boogie Woogie schilderijen laten een netwerk van lijnen zien, in een groter evenwicht tussen lijn en vlak, tussen kleur en niet-kleur, en tussen horizontaal en vertikaal.
 
Onder de Europese bewonderaars van zijn kunst hebben velen moeite met deze laatste schilderijen. Mondriaan beschouwde ze zelf als een eindresultaat van zijn gebruik van de plastische grondelementen, waarin hij kwam tot een geheel nieuwe manier van vormgeven van een organische stijl.  
 
Mondriaan overlijdt in 1944.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
 
Makrokosmische elementen in het werk van Mondriaan
In ons onderzoek naar verbanden tussen karakteristieken van beeldende kunst en planeetkwaliteiten hebben we interessante kenmerken gevonden in het werk van Mondriaan.
We beschrijven achtereenvolgens:
 
 - de horoskoop, die Mondriaan van zichzelf heeft laten maken in 1911/1912
 - we voegen daar aan toe onze visie op deze horoskoop
 - als het gaat om de artistieke ontwikkeling van Mondriaan, geeft de prenatale ontwikkeling duidelijkheid
 - we bespreken de overeenkomst tussen Jacoba van Heemskerck en Mondriaan
 - ook laten we zien hoe Harry Holtzman in verband staat met Mondriaan
 
 
Prenatale ontwikkeling
 
In tegenstelling tot Picasso, met zijn overvloed aan planeetaspekten in de prenatale ontwikkeling, zien we bij Mondriaan alleen maar Saturnus-aspekten, die gelden voor de tweede levenshelft.
 
We laten een overzicht van de prenatale ontwikkeling van Mondriaan zien. Het begin ervan ligt op 7 juni 1871, gevolgd door tien "Maan-maanden", die elk corresponderen met 7 jaar in de levensloop, de levensjaren en leeftijden, met bijzonderheden, staan rechts aangegeven.
 
 
 
 
 
 
 
 
Het eerste aspekt wordt gemaakt tussen Mars en Saturnus. Dat aspekt hangt samen met de periode rond 1913. Het is de tijd waarin Mondriaan begint met het vereenvoudigen van zijn voorstellingen tot lijnen. We zien dat in de voorstellingen van de Bloeiende Appelboom en de Kerktoren van Domburg.
 
In de prenatale ontwikkeling van Mondriaan vindt een drievoudige conjunctie plaats tussen Mercurius en Saturnus, welke aspekten corresponderen met de jaren 1920, 1925 en 1933.
Daarnaast zijn er ook nog conjuncties van de Zon en Venus met Saturnus.
Al deze aspekten met Saturnus vallen in een tijd die correspondeert met de periode 1920 - 1940. Het is de periode waarin de karakteristieke schilderijen ontstaan met de vertikale en horizontale zwarte lijnen.
 
Pas als de conjuncties met Saturnus voorbij zijn in de prenatale ontwikkeling van Mondriaan, lossen de zwarte lijnen zich op in kleine kleurvlakjes, en ontstaan de schilderijen Broadway Boogie Woogie en Victory Boogie Woogie.
 
Om een vergelijking te maken in prenatale ontwikkelingsaspekten hebben we 4 kunstenaars, Picasso, Mondriaan, Kandinsky en Van Gogh, naast elkaar gezet, op de leeftijd, in de individuele levensloop.
Bij Picasso is het een doorlopende verandering van heel verschillende planeetaspekten, dat correspondeert met zijn doorlopende stijlveranderingen.
Bij Mondriaan is het slechts één planeet, die gedurende 20 jaar de toon zet. De planeet Saturnus komen we tegen bij die kunstenaars die abstrakt zijn gaan werken
 
 
                                         
 
 
 
Geboortefiguur
 
Mondriaan heeft in 1911-1912 een geboortehoroskoop laten maken die hij zijn hele leven lang bij zich heeft gehouden. Het werd gevonden in zijn nalatenschap. 
Hieronder plaatsen we een afbeelding van deze horoskoop en een moderne variant van dezelfde figuur, waarin de planeten te zien zijn op het moment van geboorte.
Tussen beide figuren zit enkele kleine verschillen. Zo is de graad van de Ascendant niet 20 maar 25:37 Aquarius. Verder staat in de horoskooptekening uit 1911 geen Pluto vermeld. Deze planeet werd pas ontdekt in 1930.
 
 
 
 
 
In de analyse van deze horoskoop, die Mondriaan in handen kreeg, werd uitgebreid verslag gedaan van de verschillende horoskoop-elementen, als Ascendant, Zonneteken, Maanteken etc. Ook werden voorspellingen gedaan.
 
 
.....wordt nog verder uitgewerkt..........
 
 
 
 
 
 
 
Illustratie van de hierboven geschetste ontwikkeling
 
 
                   Naturalistische periode 1890-1907
 
 
         
                 Piet Mondriaan                Langs de Amstel, impressionistisch                   1903
 
 
              Expressionistische periode 1907-1911
 
 
            
 
                       Piet Mondriaan                               De Molen                                      1907-1908  
 
 
 
              
 
                          Piet Mondriaan                            Evolutie                                         1910-1911 
 
 
                   Kubistische periode 1911-1917
 
 
                        
 
                                      Piet Mondriaan                  Vrouwenfiguur                     1911 
 
 
In de periode van 1910 tot 1912 ontstaan de eerste vormabstracties. Tekeningen worden verder uitgewerkt in schilderijen en in schema's en kompositie-tekeningen. De toren van Domburg  is daarvan een goed voorbeeld, alsook het schilderij met een Bloeiende Appelboom. 
 
 
 
                                            
        
                                            Piet Mondriaan, Kerktoren van Domburg, 1910
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
                      
 
                    Piet Mondriaan, van tekening naar schilderij naar vormen van abstraktie 1910-1912
                                                 
 
 
                        
 
                           Piet Mondriaan                      Bloeiende appelboom                           1912
 
 
 
 
                      Abstrakte periode 1920 -1944
                        drievoudige conjunctie van Mercurius met Saturnus
 
Vanaf 1920/1921 ontstaan de karakteristieke schilderijen met de rechte, horizontale en vertikale zwarte lijnen. Mondriaan maakte ze in allerlei variaties, met rode, gele en blauwe vlakken, gedurende meer dan 20 jaar.
 
 
 
                         
 
                                             Mondriaan,  Compositie in rood, geel en blauw, 1921  
 
   
                                          
 
                           Mondriaan, Composities in rood, geel en blauw, 1921     
            
 
     
                       
                                     Piet Mondriaan       Tableau met lijnen en vlakken      1924-1925
 
 
 
                    
 
                              Piet Mondriaan                           Kompositie 12                                 1936
 
 
 
 
 
                           
 
                                Piet Mondriaan               Broadway Boogie Woogie                 1942-1943
 
 
 
 
    
        
 
 
                                           Piet Mondriaan      Victory Boogie Woogie         1944
 
 
 
Mondriaan en de theosofie 
 
De Nederlandse afdeling van de Theosofische Vereniging bestaat sinds 1892. Mondriaan werd lid op 14 mei 1909. Van de ongeveer 300 leden waren 200 kunstenaar, w.o. schilders, architecten, ingenieurs, toneelspelers, componisten, musici, fotografen en beoefenaars van kunstnijverheid.
Het overgrote deel van deze kunstenaars woonde in de buurt van de Rijksakademie op de Stadhouderskade en de Theosofische Vereniging aan de Amsteldijk.
Veel studenten aan de Rijksakademie werden lid, onder wie een aantal studiegenoten van Mondriaan, uit de tijd dat hij de akademie bezocht. Eén van de leden-schilders was een goede vriend van Mondriaan, Cornelis Spoor. Hij was een van de ondertekenaars van Mondriaans aanmeldingsformulier.
 
Toen Spoor in 1908 aan de Esoterische school raja yoga ging beoefenen, was ook Mondriaan daarin geïnteresseerd. Het schilderij 'Passiebloem' uit 1908 is daarvan een illustratie.
Mondriaan ging in deze jaren ook zelf yoga beoefenen. In de zomer van 1909 signaleerde Charley Toorop in Domburg "die malle Mondriaan in zijn Buddha-houding pal midden op het strand."
 
Mondriaan schreef in 1909, als een reactie op een tentoonstelling, "... dat bewust geestelijke kennis bij een schilder een veel groter invloed op zijn werk kan hebben. .... Mijn kunst staat nog geheel buiten occult gebied, hoewel ik occulte kennis voor mijzelf tracht te verkrijgen, om zo dingen beter te begrijpen. ... Kunst kan een overgang vormen tot fijnere regionen, tot geestelijke gebieden."
 
De Theosofische Vereniging was omstreeks 1910 een centrum van activiteit, waar honderden kunstenaars in- en uitliepen. Ze ontwikkelden een meer liberale houding t.o.v. geloof. Het waren vrijdenkers, kritisch tegenover elke beweging, elk dogma.
Theosofie  gaat uit van het idee, dat alle godsdiensten uit eenzelfde oergodsdienst zijn ontstaan. De theosoof brengt dan ook in principe geen hiërarchie aan in de verschillende wereldgodsdiensten. Dat betekent dat het christendom evenveel 'waard' is als bijvoorbeeld boeddhisme, hindoeïsme, soefisme, Rozenkruisers, spiritisme, vrijmetselarij en de occulte wetenschap. De theosoof is vrij om te kiezen welk religieus systeem het beste bij hem past.
Die liberale, universele en 'kritisch-wetenschappelijke' houding wordt weerspiegeld in de drie doelstellingen van de Theosofische Vereniging. Dat zijn kort samengevat:
 
 - de vorming van een universele broederschap, ongeacht ras, kleur of stand,
 - het objectief-vergelijkend onderzoek naar alle religies in de wereld,
 - en het onderzoek naar de onzichtbare krachten in de kosmos.
 
Deze doelstellingen werden in 1888 voor het eerst vastgelegd in de vorm die nog steeds geldt. Zij zijn het resultaat van een ontwikkeling binnen de Theosofische Vereniging vanaf de oprichting in 1975. Rond de eeuwwisseling van 1900 stonden oosterse en westerse geloofs- en denksystemen naast elkaar.
De Theosofische Vereniging ontwikkelde zich tot een middelpunt waar vele zoekenden, alsook Mondriaan, de antwoorden vonden op hun existentiële vragen. Binnen de Theosofische Vereniging bestond een voorkeur voor de bestudering van oosterse filosofieën en religies, voor yoga en voor reïncarnatie.
De Duitse afdeling van de Theosofische Vereniging legde de nadruk op westerse vormen van mystiek en occultisme. Rudolf Steiner was secretaris van de Duitse afdeling. In 1911 richtte Steiner de Antroposofische Vereniging op.
 
Mondriaan ontleende zijn inzichten aan deze beide richtingen. In 1921 schreef hij aan Steiner dat zijn kunst "de ware kunst is voor alle theosofen en antroposofen."
 
Binnen de Theosofische Vereniging liepen mensen rond, als de journalist Tjerk Luitjes, eigenaar van een vegetarisch restaurant in de Warmoesstraat. Deze theosoof had een kritisch, onderzoekende houding tegenover het geloof en de kunst. Hij organiseerde vanaf 1899 in Laren een 'gezondheidskamp', temidden van kunstenaars en vrijdenkers. Hij hield een pleidooi voor een rationeel, 'wetenschappelijk' bestuderen van zichtbare en onzichtbare fenomenen. Hij had een heel eigen visie op kunst: "... een kunstenaar die niet kan luisteren naar de innerlijke stem van zijn ziel, is tot onvruchtbaarheid gedoemd. Elke te scheppen stofvorm wordt eerst kunstwerk, zodra ze getuigenis kan afleggen van de levende ziel die haar geschapen heeft. Deze geest blijft die vorm omgeven, en wekt bij de beschouwer emoties op, die gelijk staan aan de heerlijke aandrift die de kunstenaar bij het voortbrengen bezielde. "
 
Het is interessant om, tegen de achtergrond van deze gedachtegang, te kijken naar Mondriaan en zijn werk uit die periode. Mondriaan deed onderzoek naar kleur, lijn en vlak en hun onderlinge verhoudingen. Hij probeerde tot algemeen geldende uitspraken te komen. Hij streefde er naar om het 'onzichtbare, onstoffelijke leven' zichtbaar te maken met schilderkunstige middelen.
Mondriaan wilde 'materie' transformeren, sublimeren naar een hoger spiritueel niveau. Hij hoopte uiteindelijk via zijn kunst het bewustzijn van de beschouwer van zijn werk op een 'fijnstoffelijker' niveau aan te spreken. Om het 'onzichtbare leven' in zijn werk te kunnen uitbeelden, verdiepte Mondriaan zich in het schilderkunstig proces, van waarnemen en weergeven.
De omstandigheden, die hij daarvoor nodig had, fysiek alsook psychisch, maakte hij mogelijk in zijn ateliers, waarin hij de ruimte maakte tot een kompositie met kleurvlakken.
Deze werkwijze kwam overeen met een uitspraak van Blavatsky, dat de rangschikking van kleuren ( = trillingsverhoudingen) in een ruimte altijd een bepaalde werking heeft op het zieleleven.
 
Het atelier van Mondriaan
 
Mondriaans voortdurende experiment met die materie weerspiegelt zich dan ook in de inrichting van zijn ateliers. In Amsterdam had Mondriaan zijn atelier aan het Sarphatipark, op nummer 42. Beneden was een winkel, daarboven bevonden zich vier ateliers. Mondriaan werkte er van 1905 tot 1910/1911.
Boven hem woonde de schilder Willem Knap. De dochter, Josientje Knap, heeft haar herinneringen aan Mondriaan opgeschreven.
 
                               
 
 
Aan het Sarphatipark veranderde Mondriaan zijn atelier op de meest rigoreuze manier. Op foto's uit die tijd is het atelier volgepropt met tafels met bolpoten, gezellige theelichtjes, theemutsen. Er hangen overal tekeningen en schilderijen, met de goede kant naar voren. Op de kast staan enkele vazen.
Josina Knap beschrijft hoe Piet Mondriaan op een dag zijn hoofd om de deur van de bovenburen steekt en roept dat Knap moet komen kijken - hij heeft zijn atelier veranderd. De hele familie Knap kwam naar beneden en was verbijsterd. "Boven de lambrizering was alles wit, de vloer was zwart, en op de ezel stond een brandschoon wit doek."
Josina Knap dateert deze verandering op 1909 of 1910.
 
                                    
                                     Het atelier van Mondriaan in de Rue de Départ, 26, in Parijs, in 1930
 
Wat in Amsterdam een begin leek te zijn, in zijn Parijse ateliers dreef Mondriaan dat tot het uiterste door.
Het atelier op de Rue de Départ 26 heeft Mondriaan helemaal ingericht naar zijn neoplastische theorieën.
Eind 1925, liet hij de straatfotograaf Delbo speciaal komen, om het atelier vast te leggen.
Zijn vriend Arthur Lehning, Moholy-Nagy, de fotograaf Kertész en anderen waren diep onder de indruk. Uit hun beschrijvingen rijst het beeld op van het atelier als een 'Mondriaan' om in rond te lopen.
Niet iedereen kreeg het atelier in zijn volle glorie te zien. "Als bepaalde bezoekers kwamen, schilders vooral, verstopte hij zijn schilderijen: "Moholy (-Nagy) komt! Alles even omdraaien." Mondriaan was bang dat ze zijn ideeën zouden pikken.
Architect Alfred Roth noemde het atelier "een openbaring, een wonder" en vergeleek de werking van de ruimte met muziek van Bach.
Arthur Lehning, vond het kleine atelier "uitermate helder." "Dat had ik nog nooit bij een schilder meegemaakt - de ongelooflijke orde die er bij hem heerste." "Het geheel gaf een uitermate rustige en stabiel indruk, waar hij precies in paste."
Fotograaf en grafisch ontwerper Piet Zwart zei tegen Mondriaan: "Jongen, het lijkt me altijd of ik bij onze lieven heer binnen gelaten word als ik bij jou kom."
Kunstenaar Cesar Domela was minder positief. "Mondriaan vloekte altijd op de potkachel die rond was - maar hij moest zich wel verwarmen. De asbak en zelfs de luciferdoosjes waren door hem gekleurd... Maar in een schilderij kun je niet leven."
 
                                          
                                         Atelier van Mondriaan, op schaal nagebouwd, rechtsboven een bovenaanzicht
 
 
 
                                            
                                                      bovenaanzicht van het atelier van Mondriaan in Parijs
                                               heel duidelijk te zien de rechthoekige ordening van de totale ruimte
 
Het atelier 26 Rue de Départ is op ware grootte nagebouwd en te zien geweest in de Beurs van Berlage tijdens de tentoonstellingen in het jaar 1994/1995, ter gelegenheid van het feit dat Mondriaan 50 jaar geleden was overleden.
"In zijn vijfhoekige atelier suggereerde hij door middel van vlakken en lijnen een aantal mogelijke ruimtes binnen de stenen wanden waaraan hij natuurlijk niets kon veranderen."
Je kunt je natuurlijk afvragen of het niet een soort neurose en dwangmatig handelen was van Mondriaan. Gezien onze makrokosmische vergelijkingen past het helemaal bij de karakteristieken van een Saturnus.
 
 
Mondriaan en Jacoba van Heemskerck
 
In een vergelijking tussen Mondriaan en Jacoba van Heemskerck valt op dat beide kunstenaars Saturnus-aspekten hebben, in overeenkomstige jaren, beginnend in 1912-1914.
Bij Piet Mondriaan vinden de Saturnus-aspekten plaats in zijn prenatale ontwikkeling.
Bij Jacoba van Heemskerck zijn deze zelfde aspekten te vinden in haar progressies.
Onderstaand schema toont deze synchroniciteit, waardoor duidelijk wordt dat deze kunstenaars elkaar iets te vertellen hadden. Zij hadden een gemeenschappelijk streven in de kunst.
 
.............wordt nog verder uitgewerkt en toegelicht..............
 
 
 
                                           
 
In bovenstaande overzicht zien we dat Mondriaan én Van Heemskerck rond 1914 planeetaspekten hebben met Saturnus. Beide kunstenaars zetten zich uiteen met het kubisme, op een heel eigen manier.
Mondriaan ontwikkelde vanuit zijn tekeningen (= Mars) de abstrakte komposities, waarvan de Bloeiende Appelboom wel het meest duidelijke voorbeeld is.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
modeltekening uit 1929, eerste vormvereenvoudiging in 1932 en abstractie in 1933
 
 
Mondriaan en Harry Holtzman
 
Harry Holtzman raakte geïnteresseerd in de moderne kunst na een bezoek aan een tentoonstelling in het Brooklyn Museum. Holtzman was toen 14 jaar. Hij werd aangemoedigd en begeleid door zijn leraar op school. Al op 16 jarige leeftijd ging hij naar de Arts Students League of New York. Hier ontmoette hij Burgoyne Diller.
 
In 1932 werkte Holtzman naar model, dat zich ontwikkelde in de richting van abstraktie.



In 1933 veranderde het werk naar een rechtlijnigheid, te zien in "Equilibrium of Movement and Contromovement".


 
In januari 1934 vond een beslissende moment plaats, dat Holtzman naar Mondriaan leidde.
 
Holtzman in eigen woorden: "...... in my completely independent development I'd struck in a direction, which without knowing it, was taken me in a direction similar to Mondrian. One day Diller was seeing some works in my studio. .... He asked me if I had seen the recently opened Museum of Living Art in de New York University Library. I hadn't. I went. This was the first clue I had to Mondrian's perception, the two paintings that Gallatin had acquired ......"
 
De maanden die volgden: "..... I became obsessed with not only the paintings of Mondrian, but with the idea that the man had to think certain things about historical transformation, the values and functions of art. I really had to go to Europe to speak him."
 
In november 1934 had Holtzman voldoende geld en ging naar Parijs.
Midden december introduceerde hij zichzelf bij Mondriaan in zijn Parijse studio. 4 maanden zou Holtzman blijven. Er ontstond een levendige uitwisseling van ideeën. Na terugkeer in New York bleef Holtzman in contact met Mondriaan middels een briefwisseling.
Uiteindelijk was het Holtzman die Mondriaan in 1940 via Londen naar de Verenigde Staten haalde.


In bovenstaand voorbeeld zien we nog eens, hoe in het werk van Holtzman van vóór 1934 er al composities van lijnen en vlakken voorkomen, die een grote overeenkomst vertonen met het werk van Mondriaan uit de jaren 1920-1940. Een klein detail uit "Untitled" van 1933 hebben er uit gelicht, en naast een werk van Mondriaan geplaatst uit 1921.
 
 
 
Eenmaal terug in New York in 1934 ging Holtzman werk maken, waarin de stijl van Mondriaan nog verder zichtbaar wordt. We zien hierboven een werk uit 1938.

In de jaren 1940 ontstonden ook ruimtelijke werken.

  
 
 
 
 
Overeenkomsten tussen Mondriaan en Holtzman
 
In ons onderzoek vergelijken we planeetkwaliteiten met vormen van beeldende kunst. We vergelijken planeetaspekten tijdens de prenatale ontwikkeling van kunstenaars met de kunst die deze kunstenaars maken of gemaakt hebben. Deze vorm van onderzoek is toegepast op een groot aantal kunstenaars, met opvallende resultaten. Een daarvan is het optreden van abstraktie in de ontwikkeling van kunst in samenhang met Saturnus-aspekten in de prenatale ontwikkeling.
 
 
Mars conjunct Saturnus
 
Nu is de opvallende overeenkomst tussen Mondriaan en Holtzman, dat beide kunstenaars een Mars conjunct Saturnus hebben in beider prenatale ontwikkeling.
 
Mondriaan heeft Mars/Saturnus in de tijd dat hij zijn voorstellingen gaat abstraheren, bijv. in de Kerktoren van Domburg, en in de serie van de Bloeiende Appelboom, in de jaren rond 1911-1912-1913.
 
Holtzman heeft eveneens een samenstand van Mars en Saturnus, als zijn werk meer rechtlijnig wordt en hij overgaat op een vorm van abstraktie, dat heel veel gelijkenis vertoont met dat van Mondriaan. Hierboven staan daarvan enkele voorbeelden en wordt ook het moment van herkenning door Diller en Holtzman zelf beschreven. 
 
 
Het jaar 1912
 
Mondriaan werkte in de jaren 1911-1912 aan de schilderijen "Stilleven met Gemberpot I en II".
In 1912 ontstond "Bloeiende Appelboom" en de abstrakties op de "Kerktoren van Domburg".
 
Het jaar 1912 is ook het geboortejaar van Harry Goltzman. Dat zou op zich niet zo veel te betekenen hebben. Men zou dat gegeven kunnen afdoen als 'toeval'.
Maar in ons onderzoek is komen vast te staan dat planeten die door het teken Stier lopen van invloed zijn op de kunst die dan ontstaat. We hebben dat uitgebreid beschreven.
De kunstenaars die in het jaar 1912 geboren zijn hebben allemaal Saturnus in het teken Stier. En veel van deze kunstenaars zijn in een of andere vorm abstrakt gaan schilderen. We geven hieronder een overzicht van de generatie kunstenaars in en rond het jaar 1912.
 
 
 
 
 
We zien de geboortejaren van de verschillende kunstenaars en de stijl waarin ze zijn gaan werken. Met enkele data van verandering, zoals bij Fernhout die rond het jaar 1957 overgaat op volledig abstrakt werk
Ook Holtzman wordt genoemd, die in 1933 werk maakte dat verwant bleek te zijn met wat Mondriaan schilderde. 
 
 
 
 
..... wordt nog verder uitgewerkt.....
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
                                                   De onderzoekgegevens blijven het eigendom van    Eg Sneek © 1982 / 9 februari 2010







Reacties
Lijst met albums
Beeldhouwers

Stijlen, vormen en materialen

Schilders

Stijlen, vormen en kleuren, materialen

Categorieën
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl