vorm- en kleurkwaliteiten in de kunst
een fenomenologisch onderzoek naar het gebruik van vorm en kleur
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
 
      
 
 
 
In ons onderzoek naar verbanden tussen de beeldende kunst en makrokosmische aspekten is Escher een interessant voorbeeld.
Escher is het derde voorbeeld van de 4 kunstenaars, Man Ray, Max Ernst, M.C. Escher en Carel Willink, welke kunstenaars geboren zijn met de conjunctie tussen Neptunus en Pluto.
Deze Neptunus-Pluto conjunctie viel samen met het Symbolisme, een stroming in de beeldende kunst in de jaren tussen 1890 en 1900. Het was een kunststroming waarin de 'verbeelding aan de macht' kwam.
 
We gaan dit voorbeeld van Escher als volgt uitschrijven:
 
- korte biografische schets van Escher
- makrokosmische bijzonderheden
- illustratie van zijn grafische werk
 
 
M. C. Escher
 
Escher werd geboren op 17 juni 1898 in Leeuwarden. Al op zijn middelbare school leerde hij in linoleum snijden en maakte hij zijn eerste prenten.
Van 1919 tot 1922 volgde hij de School voor Bouwkunde en Sierende Kunsten in Haarlem. Hij kreeg hier les van S. Jessurun de Mesquita. Hij kreeg onderricht in de vrije grafische technieken.
In 1922 vertrok Escher naar Italië en vestigde zich in 1924 in Rome. Hij verbleef 10 jaar in Italië en ondernam vele studieteizen naar o.a. de Abruzzen, de Amalfitaanse kust, Calabrië, Sicilië, Corsica en Spanje.
In 1934 verliet hij Italië, woonde twee jaar in Zwitserland, vijf jaar in Brussel en vestigde zich in 1941 in Baarn.
 
 
Grafiek en tekeningen
 
In de beoefening van de grafische technieken ging Escher zover, dat hij de techniek het belangrijkste ging vinden. De keuze van het onderwerp was vaak ondergeschikt aan de techniek.
Toen Escher in 1922 de School verliet, had hij de voorliefde van zijn leermeester, Jessurun de Mesquita, overgenomen, de houtsnede, het snijden met gutsen in het langse hout, meestal perenhout. Het leent zich, beter dan het kostbare kpse hout, tot grote formaten. Hij bewerkte enorme stukken perenhout, 70 cm lang en 50 cm breed. De houtsnede leende zich uitstekend voor meerkleurendrukken waarbij voor elke kleur een aparte houtsnede moest worden gemaakt. Vaak gebruikte hij beide hoogdruktechnieken voor een kleurenprent, het langse hout, de houtsnede, voor de kleuren en het kopshout, de gravure, voor de details in zwart. 
Pas in 1929 maakte Escher zijn eerste litho en in 1931 de eerste houtgravure, het graveren met burijnen in kopse houtblokken.
In de periode tussen 1922 en 1935 ontstond een groot aantal  prenten, 70 houtsneden en -gravures en 40 litho's. Escher kijkt daarop terug als zijnde veelal "vingeroefeningen".
 
 
Techniek en verbeelding
 
In een voorwoord in een boek over zijn werk geeft Escher heel duidelijk het moment aan, waarop hij er toe overging om het idee boven de techniek te stellen.
 
"... Ik merkte dat het beheersen van de techniek mijn doel niet meer was, want ik werd gegrepen door een ander verlangen, waarvan ik het bestaan tot dusver niet had gekend. Er kwamen ideeën bij mij op die met het grafische werk niets te maken hebben, denkbeelden die mij zó boeiden, dat ik ze met alle geweld aan anderen duidelijk wilde maken. Dat kon niet met woorden geschieden, het waren geen literaire gedachten, maar typische denk-"beelden", die voor anderen alleen verstaanbaar worden als men er een af-"beelding" van toont. De methode waarop men tot een beeld komt werd opeens minder belangrijk dan zij vroeger was."
 
"Als ik de ontstaanswijze van een grafisch blad uit mijn techniekperiode vergelijk met die van een prent waarin een zekere gedachtegang wordt geuit, dan komt het mij voor, dat zij welhaast elkanders tegendeel zijn."
 
"Vroeger gebeurde het dikwijls dat ik van een stapel schetsen er een uitzocht die mij geschikt leek om te worden uitgevoerd op een manier waarvoor ik op dat moment speciale belangstelling had. Nu echter kies ik uit de technieken die ik mij tot op zekere hoogte eigen heb gemaakt er een, die zich beter dan een andere leent tot uitbeelding van de bepaalde gedachte die mij bezielt."
 
"Het ontstaan van een grafische verbeelding valt voortaan uiteen in twee scherp gescheiden fasen. het proces begint met een speurtocht naar een visuele vorm die onze gedachtegang zo duidelijk mogelijk vertolkt. Het duurt meestal lang eer wij menen dat zij ons helder voor ogen staat. Maar een denkbeeld is iets volkomen anders dan een visueel beeld en hoe wij ons ook inspannen, nooit lukt het om de volmaaktheid die ons voor de geest zweeft en die wij ten onrechte menen te "zien", perfect te verwezenlijken. Na een lange reeks probeersels gieten wij tenslotte, min of meer ten einde raad, onze schone droom in de gebrekkige zichtbare vorm van een gedetailleerde ontwerptekening. Daarna breekt dan, als een verademing, de tweede fase aan: het vervaardigen van de grafische prent, waarbij onze geest kan uitrusten terwijl onze handen het werk overnemen." 
 
 
De ideeënwereld van Escher
 
"..... De ideeën die ten grondslag liggen aan mijn werken, laten mijn verwondering zien voor de wetmatigheden van de ruimte om ons heen. .......... Door zintuigelijk open te staan voor de raadsels die ons omringen en door mijn gewaarwordingen te overdenken en te analyseren, kom ik in de buurt van het domein van de wiskunde. Hoewel exakt-wetenschappelijke training mij ontbreekt, voel ik mij dikwijls meer met mathematici verwant dan met mijn eigen beroepsgenoten."
 
In de eerste drukken van zijn boek stond een uiteenzetting van prof. dr. P Terpstra over de wiskundige achtegronden van de regelmatige vlakvullingen.
Later is er zelfs een boek verschenen, dat uitsluitend deze materie behandelt en dat zich speciaal richt tot studenten in de kristallografie: "Symmetry Aspects of M.C. Escher''s Periodic Drawings" geschreven door Caroline H. MacGillavry, uitgeverij Oosthoek, 1965.
 
 
Vroege prenten en het ontstaan van innerlijke beelden.
 
Alle werken vóór 1935 ziet Escher als een soort vingeroefeningen waarmee hij zijn technieken heeft kunnen volmaken. Het werk wat na 1935 ziet Escher als zijn eigenlijke werk.
In het boek gaat hij niet uit van een chronologische weergave, maar deelt hij zijn werk in, in een aantal karakteristieke onderwerpen.
 
- zijn vroege werk, van voor 1935
- de vlakverdeling
    - glijspiegelingen
    - figuren als achtergrond
    - oneindige aantallen
    - beeldverhaal
    - onregelmatige vlakverdeling
- onbegrensde ruimte
- ruimtelijke kringen en spiralen
- spiegelingen
    - water
    - bolspiegelingen
- inversie
- polyeders
- relativiteiten
- plat/ruimtelijk
- onmogelijke bouwwerken.
 
Toch is een chronologische weergave niet onbelangrijk. Je kunt er namelijk aan aflezen, wanneer Escher bepaalde onderwerpen heeft uitgewerkt, en welke jaren het meest produktief waren. Dit vooral met het oog op de makrokosmische aspekten. We leggen dat hieronder verder uit.
 
 
... wordt op dit moment uitgewerkt............
 
 
 
 
 
 
 
------------------------------------------------------------------------------------------
 
In onderstaande tabel zien we een overzicht van planeetaspekten tijdens de prenatale ontwikkeling van Escher met daarnaast de progressieve aspekten.
 
De prenatale ontwikkeling bestaat uit 10 "Maan"maanden, die in relatie kunnen worden gebracht met de daaropvolgende levensloop.
Eén "Maan"maand (een maanomloop = 27 dagen) komt overeen met 7 jaren in de levensloop.
De overeenkomstige jaren staan aangegeven.
 
In de progressies staat elke dag na de geboorte voor één levensjaar. De progressieve data en leeftijd staan rechts genoteerd.
 
Als een planeetaspekt in de prenatale ontwikkeling voorkomt dan heeft het zijn invloed op een bepaalde periode in de levensloop, en is het vanaf dat moment "ontwikkeld" en is deze kwaliteit beschikbaar.
Datzelfde aspekt in een geboortehoroskoop is voortdurend aanwezig. Je kunt het op elk moment gebruiken. Het is te zien als een aanleg, een "talent", een gegeven.
Bij Escher zien we de Neptunus-Pluto conjunctie in de geboortefiguur, in samenstand met de Maan, Mercurius en de Zon.
 
 
 
 
In de prenatale ontwikkeling van Escher zien we een opeenhoping van planeetaspekten in de periode tussen 14 en 21 jaar. Het zijn aspekten met Saturnus en Uranus, waarbij Saturnus een kwaliteit heeft, ideaal voor de grafische technieken, het werken met licht-donker, de scherpe vormen, en hoekige lijnen. Escher zal deze techniek in al zijn facetten beoefenen.
 
Al op jonge leeftijd, op de HBS, maakte Escher zijn eerste lino-snedes. Later op de kunstakademie kreeg hij les van Samuel Jessurun de Mesquita, een bekend graficus. Van deze kunstenaar kreeg hij een voorliefde voor de houtsnede. Welke techniek hij later uitbreidde met de houtgravure en de lithografie. Escher bezat een grote technische vaardigheid.
 
 
 
 
De conjunctie tussen Neptunus en Pluto  in het kosmogram van Escher wordt vergezeld door de Maan, Mercurius, en de Zon. Mars komt daar in de progressie overheen.
 
Gedurende zijn hele leven heeft Escher interesse gehad in de "fantastische parallelle werelden", dat in de jaren 60 door de hippies werd omarmd.
 
Escher gebruikte ook wiskundige principes, maakte daarin onmogelijke figuren en constructies, waarin met de perspectief werd gespeeld. Hij maakte meetkundige patronen, vlakverdelingen, die geleidelijk in volstrekt verschillende vormen veranderden. Dit werk werd vooral herkend door wetenschappers, kristallografen, en wiskundigen.
 
Escher heeft zijn fantasie (= Neptunus) de vrije loop gelaten, en alle hoeken van zijn heel eigen kunstvorm uitgewerkt, en vormgegeven.
 
We laten hiervan een aantal voorbeelden zien.
 
 
------------------------------------------------------------------------------------------
 
 
 
            
                  Escher                Jonge Lijster, lino             1917, 19 jaar oud
 
 
                 
                 Escher                     Zelfportret, lino                      1920
 
 
               
                     Escher                  Spiegelende bol, litho                 1935
 
 
            
                Escher                     Lucht en Water, houtsnede              1938
 
 
     
        Escher                             Drie sferen, lithografie                                  1946
 
 
       
           Escher                           Twee Handen, lithografie                         1948
 
 
            
                 Escher                      Zon en Maan, houtsnede                   1948
 
 
                           
                                    Escher              Bevrijding             1955
 
 
 
 Escher                                         De Galerie, lithografie                                           1956
 
 
                   
                           Escher                Belvedere, lithografie              1958
 
 
             
                  Escher                            De Trap, lithografie                         1960
 
 
             
                 Escher                           De Waterval, lithografie                         1961
Lees meer...
Lijst met albums
Beeldhouwers

Stijlen, vormen en materialen

Schilders

Stijlen, vormen en kleuren, materialen

Categorieën
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl