vorm- en kleurkwaliteiten in de kunst
een fenomenologisch onderzoek naar het gebruik van vorm en kleur
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
 
 
                
 
 
Ook het werk van Alberto Giacometti hebben we bestudeerd in ons onderzoek naar planeetaspekten in de beeldende kunsten.
We zullen dit onderwerp uitschrijven in
 - een biografische schets
 - de makrokosmische elementen
 - met enkele voorbeelden van zijn beeldhouwwerken.
 
 
Alberto Giacometti 
 
Giacometti werd geboren op 10 oktober 1901 in Borgonovo, Zwitserland. Zijn broer, Diego, was kunstschilder en handwerksman, ging hem later helpen bij het uitvoeren van zijn beeldhouwwerken.
De vader van Giacometti was een post-impressionistisch schilder. De familie ging in 1906 wonen in Stampa, waar de jonge Alberto van zijn vader een mogelijkheid kreeg om te werken, een eigen atelier. Vader en zoon gingen samen veel landschappen tekenen en schilderen. Het eerste schilderij, een stilleven met appels, dateert van 1913, en een eerste beeld, een portret van zijn broer Diego, is van 1914. Giacometti bekeek de kunstboeken van zijn vader met grote interesse. Hij maakte zo kennis van het werk van o.a. Dürer, Rembrandt en Jan van Eyck. Zijn geliefde bezigheid was het kopiëren van deze werken.
 
Uit deze beginperiode is er een interessant voorval dat Giacometti als volgt formuleerde:
 
"... Toen ik een jaar of achttien, negentien was, was ik in mijn vaders atelier eens een paar peren op een tafel aan het tekenen - op een gebruikelijke afstand voor een stilleven. Maar ze werden steeds kleiner. Ik begon telkens opnieuw, maar toch kregen ze steeds precies datzelfde formaat. Mijn vader werd ongeduldig en zei: "Teken ze nou eens zoals ze zijn, zoals jij ze ziet." En hij verbeterde ze naar hun ware grootte. Ik probeerde ze net zo te tekenen maar moest ze telkens uitgummen, en een half uur later waren mijn peren tot op de millimeter even klein als de eerste."
 
Het fenomeen wat we hier zien is "het kleine" dat we in ons onderzoek verder hebben kunnen verklaren, lees daarvoor verder.
 
 
Opleiding
 
Giacometti ging in 1919 studeren aan de kunstacademie in Genève, waar hij slechts korte tijd verbleef, om zich vervolgens aan te melden voor de beeldhouwklas van deze kunstnijverheidsschool. Giacometti kreeg hier les van iemand uit de kring rondom de beeldhouwer Archipenko.
 
 
Venetië
 
In mei 1920 ging Giacometti naar Venetië voor de biënnale, waar zijn vader exposeerde, en ontdekte er Tintoretto. Later zag hij in Padua ook de werken van Giotto in de Arenakapel.
 
Tijdens een tweede bezoek aan Italië vergezelde hij een ouder iemand. Deze werd tijdens de reis plotseling ziek en overleed korte tijd later. Zijn dood maakte veel indruk op de jonge Giacometti - later zei hij dat hij daarom altijd vluchtig leefde, met zo min mogelijk bezittingen.
 
" ... Je vestigen, een huis inrichten, een aangenaam bestaan opbouwen en de hele tijd die dreiging boven je hoofd - nee, ik leef liever in hotels, cafés, alleen maar op doortocht."
 
 
Parijs
 
In 1922 ging Giacometti naar Parijs om op de Académie de la Grande Chaumière te studeren bij de beeldhouwer Bourdelle. Om vrij te kunnen werken begon Giacometti samen met zijn broer Diego in 1925 een atelier waarin zij decoratieve voorwerpen en kunstnijverheid vervaardigden voor de ontwerper Jean Michel Frank, en sieraden voor Elsa Schiaparelli. In 1927 verhuisden de twee broers naar het krappe atelier in de Rue Hyppolyte-Maindron.
 
Giacometti exposeerde in 1928 twee beelden in de galerie van Jeanne Bucher, welke beelden meten verkocht werden. Het bracht hem verder in contact met de Parijse avant-garde, in het bijzonder met André Masson. Hij werd ook uitgenodigd om zich aan te sluiten bij de surrealisten.
 
 
Surrealisme
 
In 1930 ontmoette Giacometti  de dichter Aragon, die hem in contact brengt met André Breton en Salvador Dali. Giacometti sluit zich aan bij de surrealisten en neemt deel aan de publicaties, manifesten en exposities.
Veel van de kunst dat Giacometti maakte in deze tijd werd beïnvloed door de primitieve beeldhouwkunst dat hij zag in het Musée de l'Homme in Parijs.
De nieuwe werken van Giacometti beantwoorden aan twee vooropgestelde ideeën:
-   het onderzoek van de werkelijke beweging van mensen
-   het maken van beelden, met een gevoelslading, doorleefde ervaringen,
    erotische voorstellingen en droombeelden.
De beelden van 1934 - 1935, die bijna geheel abstrakt zijn door de strenge geometrie, brengen Giacometti terug tot de werkelijkheid en het model.
 
 
Breekt met de surrealisten
 
In 1935 ging Giacometti weer opnieuw werken naar model. Hij maakte een reeks portretbustes van zijn broer Diego.
 
Deze terugkeer naar een figuratieve beeldhouwkunst werd door de surrealisten gezien als verraad. Met name André Breton had daar kritiek op. Breton nodigde Giacometti uit voor een bijeenkomst wat een surrealistisch tribunaal bleek te zijn. Voordat de procedures goed en wel konden beginnen, zei Giacometti: "Doe geen moeite. Ik ga." Hij draaide zich om en liep de deur uit.
 
Giacometti ging daarop verder met het boetseren van portretten en het tekenen naar model. In 1939 boetseerde hij kleine portretten , niet groter dan een vinger. Kunsthandelaren zagen er 'geen brood' in.
 
 
De periode 1940 - 1944 in Genève
 
Eind jaren dertig werden zijn werkzaamheden onderbroken door een ongeluk waarbij een auto over zijn voet reed. het duurde lange tijd voordat het genezen was. Ook werd zijn werk bemoeilijkt door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.
Hoewel hij in 1941 nieuwe vriendschappen sloot met de filosofen Sartre en Simone de Beauvoir, verhuisde hij op 31 december 1941 naar Genève. Hij woonde en werkte daar in een kleine hotelkamer en onderhield zichzelf door meubels te maken en opdrachten te doen als binnenhuisarchitect. Zijn broer Bruno was architect en speelde opdrachten naar hem door.
In Genève ontmoette Giacometti zijn latere vrouw Annette Arm.
 
 
Het nieuwe werk, dat steeds kleiner werd.
 
In deze periode ontstond werk dat steeds kleiner werd. In een brief aan Pierre Matisse beschreef hij dat als volgt:
 
    "Mais voulant faire de mémoire ce que j'avais vu, à ma terreur, les
      sculptures devenaient de plus en plus petites, elles n'étaient
      ressemblantes que petites, et pourtant ces dimensions me révoltaient
      et, inlassablement, je recommençais pour aboutir, après quelques
      mois, au même point."
 
    "Maar toen ik uit mijn herinneringen wilde maken wat ik gezien had,
      begonnen de sculpturen tot mijn ontzetting steeds kleiner te worden,
      ze vertoonden alleen gelijkenis als ze klein waren, en toch had ik
      een afkeer van die verhoudingen en onvermoeibaar begon ik opnieuw
      om enkel maanden later op hetzelfde punt uit te komen."
 
Het verhaal gaat dat, toen Giacometti na de oorlog terugging naar Parijs, en zijn spullen pakte om Genève te verlaten, zijn hele produktie van beelden in zes luciferdoosjes paste.
 
 
De figuren van Giacometti
 
Na zijn terugkeer in Parijs in 1945 ging Giacometti er toe over om zijn beelden op grotere schaal uit te voeren. Hij was vast besloten om ze niet te klein te laten worden. De figuren werden langer maar ook dunner. Hij begon steeds opnieuw maar elk nieuw beeld had dezelfde uitgerekte en draadvormige figuur. Pas veel later had hij daar een verklaring voor:
 
"Toen ik eens een beeld naar de tentoonstelling bracht, heb ik het met één hand vastgepakt en in de taxi gezet. Ik realiseerde mij op dat moment dat het zo licht was. Een beeld van die grootte is meestal zo zwaar dat
vijf kerels het nog niet eens konden optillen. Wanneer een mens over straat loopt weegt hij eigenlijk niets, is in ieder geval minder zwaar dan wanneer hij dood zou neervallen. Hij houdt zich op zijn benen in evenwicht. Men voelt zijn eigen gewicht niet. Dat was wat ik onbewust wilde weergeven, wanneer ik mijn schaduwbeelden maakte."
 
In 1948 toonde Giacometti zijn recente werken in New York in de Galerie Pierre Matisse. De catalogus kreeg een voorwoord van Sartre. Deze tentoonstelling werd een succes.
Vanaf dit moment werden de beelden van Giacometti opgenomen in verschillende exposities.
 
 
Het lithografisch werk "Paris sans fin"
 
Giacometti heeft van 1958 tot 1965 gewerkt aan een reeks litho's, op geprepareerd papier, dat door de lithografen van de drukkerij Mourlot op steen werd overgebracht. Het oorspronkelijke idee ontstond op een avond op de Rue Saint-Denis na het werk in de lithografeerinrichting van Mourlot, om Parijs op een persoonlijke manier weer te geven. Het zijn stuk voor stuk spontaan, snel, direkt getekende voorstellingen van zijn leven in Parijs. We zien het straatbeeld uit de jaren 1950 - 60.
 
Dit album "Paris sans fin" bevat 150 litho's uitgegeven door Tériade met een begeleidende tekst van Giacometti zelf.
 
Waarvan 50 litho's laten de architectuur zien van de stad. We zien de torens van de Nôtre-Dame boven de daken van de bebouwing van de Cité, de koepel en façade van de kerk van de Sorbonne in het verlengde van een straat, de Tour Saint-Jacques boven de bloemenmarkt, de torens van de Saint-Sulpice, en nog veel meer. 30 litho's gaan over café's, bars, bistro's en restaurants, met beroemde lokaliteiten als de Brasserie Lipp, La Coupole of het Café du Dôme, maar maar ook kleine kroegen, snack-bars, goedkope café's, billardzalen,  hoekjes met een music-box en zitgroepen in een stationshal. Vaak wordt de buitenwereld door de glazen wanden visueel in de ruimte betrokken. Men kijkt uit op geparkeerde auto's zoals de Deux-Chevaux. Nog weer 50 litho's laten de eigen interieurs zien waar gellefd en gewerkt wordt, ateliers met beelden en portretbustes, weggezette schilderijen, lege of volle modelleerblokken, ezels, vrijstaande of in doeken gehulde
beeldhouwwerken. Andere onderdelen laten ook stillevens zien en figuurstudies, waaronder
portretten.
Het totaal geeft een goede impressie van het leven in de grote stad in de jaren 1950 -1960.
 
 
 
Prenatale ontwikkeling en progressies
 
Hieronder laten we een overzicht zien van de planeetaspekten tijdens de prenatale ontwikkeling (links) en de progressies (rechts).
De prenatale ontwikkeling bestaat uit 10 zgn. "Maan"maanden, die in relatie kunnen worden gebracht met de daaropvolgende levensloop.
Eén "Maan"maand (= één maanomloop = 27 dagen) komt overeen met 7 jaren in de levensloop.
De overeenkomstige jaren staan aangegeven.
In de progressies staat elke dag na de geboorte voor één jaar. De data en leeftijd staan rechts genoteerd.
 
 
 
 
 
Surrealistische tendens in zijn werken uit de jaren 30
Planeetaspekten met Neptunus en Pluto
 
In de prenatale ontwikkeling zien we een groot aantal aspekten met Pluto en Neptunus.
Deze twee planeten hebben we  al gezien bij de Surrealisten, als Max Ernst, Man Ray, Joan Miró, Raoul Hynckens, André Masson, Paul Delvaux, René Magritte, Yves Tanguy, en Carel Willink. Voor Giacometti vallen deze planeetaspekten samen met de periode dat hij verbonden was met de surrealistische beweging, en deelnam aan hun tentoonstellingen.
 
 
Gaat opnieuw tekenen naar de waarneming
Progressieve conjunctie tussen Venus en Saturnus
 
Markant punt in de artistieke ontwikkeling van Giacometti is het moment dat hij weer gaat tekenen naar de waarneming. Hij laat de verbeelding daarbij los, en dat wordt door de Surrealisten gezien als een stijlbreuk, waarna Giacometti uit de beweging wordt gezet.
 
Het gaan tekenen naar de waarneming wordt gemarkeerd door de conjunctie van de progressieve Venus met Saturnus en Jupiter, op 17/18/19 november in het jaar 1901, dat correspondeert met de jaren  rond 1939/1940/1941.
 
 
Het werk dat steeds kleiner werd.
Progressieve conjunctie tussen Venus en Saturnus.
 
Wat we dan verder zien is, dat Giacometti in Genève ontwerpen maakte die opnieuw steeds kleiner werden. Wat ooit in het atelier van zijn vader al optrad, het tekenen van een stilleven met peren, gebeurt hier op een overeenkomstige wijze bij het boetseren van uit zijn herinnering. Beelden werden daarbij steeds kleiner.
 
Het Saturnus-aspekt loopt daaraan parallel. De kwaliteit van Saturnus, van het inkrimpen, tot de kern komen krijgt hier een uitstekend beeldend voorbeeld.
Saturnus-kwaliteiten beschrijven we meer uitgebreid in onderwerpen over de Jupiter-Saturnus cyclus en de planeet Saturnus.
Als hij na de oorlog terugkeert naar zijn Parijse atelier, dan ontstaan de karakteristieke beelden die we van Giacometti kennen, waarbij de mensfiguren zich versmallen tot skeletachtige beelden. Deze stijl blijft zijn verdere artistieke ontwikkeling domineren.
 
 
 
Geboortehoroskoop van Giacometti
 
Voor de volledigheid laten we hieronder de horoskoop zien van Giacometti. Met daarin de ingaande conjunctie tussen Jupiter en Saturnus, in het vijfde huis. In de progressieve ontwikkeling komen deze twee planeten conjunct te staan, exakt op 28 november 1901, welke datum correspondeert met de jaren rond 1950. Het vijfde huis staat voor creativiteit, waaronder kunst, maar ook de kinderen die men krijgt. Deze Jupiter-Saturnus conjunctie zegt iets over de kwaliteiten van het beeldende werk van Giacometti.
 
Verder zien we een Pluto-Neptunus conjunctie in het elfde huis, het huis van de gemeenschap, de vrienden. Deze conjunctie zegt iets over zijn vrienden, dat zijn de surrealisten, waarmee hij het heel goed heeft kunnen vinden, alleen de controverse met André Breton inzake de verbeelding - afbeelding, het werken naar de  waarneming, dat heeft hem doen verwijderen van deze groep vrienden. Heel mooi uitgedrukt in de oppositie tussen Jupiter/Saturnus in het vijfde huis en de Neptunus/Pluto in het elfde huis.
 
Als conclusie kunnen we stellen dat de belangrijkste makrokosmische elementen te vinden zijn in de prenatale ontwikkeling. 
 
 
               
                Alberto Giacometti              geboortehoroskoop           10 oktober 1901
 
 
 
 
 Enkele beeldhouwwerken van Alberto Giacometti
 
 
De eerste werken zijn nog duidelijk plastisch, abstrakt, met een verwijzing naar de menselijke figuur.
 
 
                                  
                                          Giacometti      Lepelvrouw   1926
 
 
                            
                              
                                       Giacometti        Sculpture      1927
 
 
 
                  Het surrealistische werk
 
 
In de jaren dertig ontstaan plastieken met een surrealistisch karakter.
 
 
              
                 
                         Giacometti     Paleis om 4 uur in de ochtend    1932
 
 
           
             
                 Giacometti                   Doodshoofd                       1933
 
 
                          
                            
                                 Giacometti       Onzichtbare voorwerp     1934
 
 
 
 
                      Het werk na 1940
 
Vanaf 1940-1945 ontstaan de karaktristieke beelden van Giacometti, in een lineaire, skeletachtige vormgeving. Aanvankelijk heel klein in schaal, als de portretten, daarna ook groter, in werken als figuurgroepen, lopende mensfiguren, e.a.
 
Daarnaast ontstaan de vele tekeningen, lithografieën en schilderijen in een schetsmatige, tekenachtige vorm. In portretten van zijn broer Diego, en anderen, en ook veel tekeningen van het Parijs uit de jaren vijftig.
 
 
 
                
                     
                                Giacometti     Drie mensen, lopend     1949
 
 
 
 
                      
                          Alberto Giacometti            Diego                  1950
 
 
                                 
                                 
                                  Giacometti         Zelfportret            1954
 
 
                           
                         
                             Giacometti          portret van Aika           1959
 
 
                      
                                            Alberto Giacometti       in zijn atelier
 
 
 
 
 
 
Lees meer...
Lijst met albums
Beeldhouwers

Stijlen, vormen en materialen

Schilders

Stijlen, vormen en kleuren, materialen

Categorieën
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl