vorm- en kleurkwaliteiten in de kunst
een fenomenologisch onderzoek naar het gebruik van vorm en kleur
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
 
 
 
                   
                                                                  Mona Lisa en Zelfportret samengebracht
 

Leonardo da Vinci heeft over de schilderkunst geschreven in zijn "Trattato della Pittura". Hij geeft daarin allerlei aanwijzingen op het gebied van tekenen en schilderen. Hij schrijft o.a. over de verhoudingen van de menselijke figuur. Over het werk van tijdgenoten is hij heel kritisch. Zo zegt hij dat er schilders zijn, die in hun werk te kleine koppen schilderen, omdat zij zelf te kleine koppen hebben. De uiterlijke verschijning van zo'n schilder zie je dan terug in zijn schilderwerk.
 
 
                                           
                              schetsen van Leonardo da Vinci, verhoudingen van de menselijke figuur
 
 
Leonardo da Vinci heeft daar een verklaring voor. Hij zegt het volgende: "De ziel van de mens heeft eens zijn lichaam opgebouwd, en als deze mens dan zelf scheppend bezig gaat, zie je in het werk van deze kunstenaar overeenkomsten met zijn uiterlijk."

 
                                             
 
Deze uitspraak over vormkrachten is ook van toepassing op het werk van Leonardo Da Vinci zelf.
      
Het is de Amerikaanse kunstenares Lilian Schwartz geweest, die met behulp van een computer de Mona Lisa heeft vergeleken met een zelfportret van Da Vinci. De ogen, haarlijn, wangen en neus van beide portretten bleken identiek.
 
Wie de Mona Lisa voorstelt is nooit duidelijk geworden. Zij draagt geen juwelen als herkenningsteken. Da Vinci spreekt ook in zijn dagboeken niet over dit schilderij. Hij heeft het tot aan zijn dood in 1519 in zijn onmiddellijke nabijheid gehad. Da Vinci gaf, zoals veel van zijn tijdgenoten, de voorkeur aan het schilderen van androgyne figuren. De Mona Lisa zou vanuit dit gezichtspunt een zelfportret kunnen zijn.
 
Andere bronnen spreken over het schilderij, dat het begonnen is als een portret van Isabella, hertogin van Aragon. Later veranderde Da Vinci het portret, gebruik makend van zijn eigen gezichtskenmerken, om het werk uiteindelijk te voltooien in de staat zoals wij het nu kunnen zien in het Louvre, in Parijs.
  
 
 
       
    Domenico Ghirlandaio        Filippo Lippi            Rafael Santi                Pietro Perugino            Sandro Botticelli
 
 
Renaissance
 
Er is een uitspraak van Cosimo de Medici: "Ogni pittore dipinge sé" (iedere schilder schildert zichzelf). Het staat vast dat veel schilders zelfportretten in hun werken opnamen als een soort signatuur. De knappe, donkere trekken van een Domenico Ghirlandaio en het volle gezicht van Pietro Perugino zijn op verschillende van hun fresco's tussen de menigte te bewonderen. Sommige Florentijnse schilders, zoals Filippo Lippi en Sandro Botticelli, lijken zichzelf herhaaldelijk in hun werken te hebben vereeuwigd en verschillende van hun figuren hun eigen gelaatstrekken en hoofdvorm te hebben meegegeven.
 
Leonardo da Vinci schreef hierover: "... ik heb schilders gekend, die zichzelf voor al hun figuren als model lijken te hebben genomen, en in deze figuren zijn de gebaren en manieren van de schepper te herkennen... "
Leonardo vond dat deze praktijk vermeden moest worden, en hij benadrukte dat schilders beter geen gezichten konden gebruiken "die enige gelijkenis vertonen met uw eigen gezicht".

De dichter Gasparo Visconti schreef een gedicht "Tegen een slechte schilder", waarin hij klaagde dat het lievelingsonderwerp van deze schilder was, dat hij zichzelf steeds maar weer opnieuw afbeeldde, want "... hij houdt zijn eigen beeld stevig in gedachte/en als hij anderen schildert, gebeurt het vaak/dat hij niemand anders dan zichzelf verbeeldt... ".
Aangenomen wordt dat Leonardo het doelwit was van deze aanval van Visconti.
 
In onderstaand detail van de "Geboorte van Venus" zien we in de het gezicht van Venus vormovereenkomsten met het gezicht van Sandro Botticelli (rechtsboven), in dezelfde puntige kin, en dezelfde scherpe kaaklijn.
 
 
                                                  
                                                     Geboorte van Vemus (detail)   van Sandro Botticelli
 
 
 
 
 
Hoe zit dat dan met de moderne kunst?
 
In  de moderne kunst laat het bovenstaande zich moeilijker onderscheiden omdat kunst abstrakt is geworden. Toch kunnen we in de vormkarakteristiek van beeldhouwwerken nog wel het een en ander aflezen.

Als we het werk van Jean Arp vergelijken met het werk van Ossip Zadkine, dan valt daarin een gelijkenis op met het eigen fysieke voorkomen. We laten daarvan een tweetal voorbeelden zien.
Het volronde gezicht van Arp zien we terug in de vormkarakteristierken van zijn werken, met zijn organische, ronde vormen.
Het hoekige gelaat van Zadkine zien we terug in de hoekige, zelfs holle vormen in zijn beelden.
 
 
 
 
                                                        
                                                         Jean Arp                      Ossip Zadkine
 
         
    Feuille se reposant    van Jean Arp                         Formes et lumière    van Zadkine, 1918
 
 
In deze voorbeelden zien we dat zelfs in de abstrakte kunst er sprake kan zijn van 'vormovereenkomst' tussen de maker en zijn beelden.

 
 
Vorm-overeenkomsten in het werk van Salvador Dali
 
In oktober 2013 verbleven we een aantal weken in de omgeving van Figueres, Cadaqués en Portlligat. Ideale mogelijkheid om helemaal thuis te raken in de wereld en de kunst van Dali.
Het was in deze weken dat de volgende overeenkomst gevonden werd tussen een foto van Dali uit 1930 en een schilderij uit 1981.

 
 
       
 
 
De bewuste foto laten we hieronder zien. Het is dubbelbeeld, twee negatieven zijn over elkaar heen gedrukt, waardoor Dali en zijn vrouw Gala tegenover elkaar te zien zijn. In de belichting die op het gezicht van Dali valt herkende ik onmiddellijk de typische karakterkop van de godin Aphrodite in een schilderij uit 1981.
Wat we vervolgens gedaan hebben, we hebben de foto van Dali uitgesneden, gespiegeld, en vervolgens met dezelfde grootte naast het schilderij gezet, waardoor de overeenkomst in uiterlijk als twee druppels water is.

 
 
             
 
 
Dit voorbeeld is voor mij het zoveelste bewijs dat er een soort 'vormkracht' bestaat, door Da Vinci voor het eerst onder woorden gebracht.
Ieder mens die scheppend beziggaat zal op de een of andere manier dat laten zien.
 
 
 
Nog een vorm-overeenkomst, maar nu in het werk van Bart van der Leck
 
Het is de schilder Nicolaas Wijnberg, die zijn ontmoetingen met collega-kunstschilders heeft beschreven in zijn boek "De hoed van Cézanne. Memori inutile. Onbruikbare herinneringen van een Amsterdamse schilder". Hij beschrijft een bezoekje aan de schilder Bart van der Leck in Laren in 1942.
 
".... De korte vierkante sanguinische man, licht leverkleurig met kort-Amerikaans kapsel en een brede boksersneus, gekleed in een witte doktersjas, liet ons binnen en begon vrijwel onmiddellijk met een schier eindeloze voordracht over hoe de kunst zo in de verloedering was kunnen geraken en dat hij de enige was die precies wist hoe de kunst gered moest worden. De Egyptenaren waren volgens hem de enigen in de hele cultuurgeschiedenis die er dicht bij waren geweest, maar hij was de eerste en de enige waar ALLES aan geopenbaard was ...... "
 
Deze "korte vierkante man" zien we op menig portretfoto afgebeeld. We laten dat hieronder zien. Als Van der Leck rond 1911/1912/1913 overgaat op zijn vormvereenvoudigingen, dan zie je de vormkarakteristiek van deze man terug in zijn schilderijen, in de korte, vierkanten mensfiguren.
 
 
  
 
 
Vormovereenkomsten in het Leerlingenwerk
 
In het portretten boetseren in het kunstonderwijs hebben we eveneens aanwijzingen kunnen vinden dat elk mens beschikt over een eigen specifieke 'vormkracht', wat tot uiting komt als deze mens boetseert, en in het bijzonder als deze mens een portret boetseert.
Meerdere malen was er een gelijkenis tussen de leerling en zijn geboetseerde kop, niet letterlijk, maar in kleine details als kaaklijn, vorm van het gezicht, mond, neus, en/of ogen. Het gebeurde ook dat medeleerlingen overeenkomsten zagen, met een broer of zus, of een vader of moeder van de leerling.
Voorbeelden daarvan laten we zien in een rubriek over het werk van leerlingen.
 
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------
 
 
De uitspraak van Leonardo da Vinci over de scheppende vormkrachten, komt overeen met wat we in 'astroarts' duidelijk willen maken. In al onze voorbeelden van kunstenaars  zal duidelijk worden dat de "vormkrachten" (= planeten) in het zgn. "vormkrachtenlichaam" (= het etherlichaam), na eerst het eigen lichaam te hebben gevormd tijdens de prenatale ontwikkeling, opnieuw naar buiten treden in objectief vast te stellen vorm- en kleurkwaliteiten.
 
----------------------------------------------------------------------------------------------------
 
 
 
 
 
 
 
                           Brassaï over Picasso
   

De fotograaf Brassaï heeft gedurende lange tijd Picasso gevolgd in zijn werk. Op basis van deze ontmoetingen publiceerde hij in 1964 een boek met de titel: Gesprekken met Picasso. Daarin beschrijft hij het volgende voorval.

 
                                               

 
Op maandag 6 december 1943 was Brassaï weer eens in het atelier van Picasso om foto's te nemen.
Brassaï zag naast een schildersezel een oude fauteuil die bijna bezweek onder een berg paperassen met daar bovenop een portret, een van de vele studies voor de Man met het Lam. Onder de stoel stonden Picasso's pantoffels. De kop, de fauteuil en de pantoffels vormden een soort persoon die de stapels boeken en tijdschriften in zijn armen hield. Brassaï verplaatste de pantoffels, die nauwelijks zichtbaar waren, een beetje en maakte daarvan een foto.
 
                               

 
Op dat moment kwam Picasso binnen en wierp een blik op wat Brassaï doet, en zei het volgende:
 
"Dat zal een grappige foto worden, maar geen 'document' .... En weet u waarom niet? Omdat u mijn pantoffels verschoven heeft .... Ik zet ze nooit zo neer ....  Dat is uw rangschikking en niet de mijne. Maar de manier waarop een kunstenaar de voorwerpen om hem heen rangschikt, is even veelzeggend als zijn werk. Ik vind uw foto's juist zo mooi omdat ze waarheidsgetrouw zijn ....... Die welke u gemaakt heeft in de rue La Boétie waren een bloedproef, aan de hand waarvan je een analyse kunt maken en de diagnose kunt stellen van wat ik op dat moment was ... 
Waarom denkt u dat ik alles wat ik maak van een datum voorzie? Omdat het niet genoeg is om de werken van een kunstenaar te kennen. Je moet ook weten wanneer hij ze gemaakt heeft, en waarom, hoe, in welke situatie. Waarschijnlijk komt er nog wel eens een wetenschap, die misschien 'menskunde' zal heten, en die zich ten doel zal stellen om door middel van de scheppende mens dieper tot de mens door te dringen .... Ik denk vaak aan zo'n wetenschap en wil dan ook aan het nageslacht een zo compleet mogelijke documentatie nalaten ... Daarom zet ik op alles wat ik maak een datum .... "

Picasso is één van de eerste kunstenaars, die we uitgebreid hebben bekeken op zijn vorm- en kleurgebruik. De doorlopende stijlontwikkeling in het werk van Picasso hebben we kunnen vergelijken met de opeenvolgende vormkrachten (= planeetaspekten) in zijn prenatale ontwikkeling. Picasso laat dat zo overduidelijk zien, dat we dat onderzoek een eigen plaats hebben gegeven op een website: picasso.punt.nl
 
 
 
 
 
                             Johannes Itten 
 

De overeenkomst tussen persoon en zijn beeldend werk is ook herkend door Johannes Itten, leraar aan het Bauhaus.

 
 
                                              

 
In zijn boek "The Art of Color" geeft hij daarvan talrijke voorbeelden. Itten beschrijft daarin hoe heel verschillende mensen, naar aard en uiterlijk, de bij hun persoonlijkheid passende vorm- en kleurstudies maakten. Deze "subjectieve" vorm- en kleuruitspraken kun je opvatten als een soort handschrift.
 
Het werk van een bepaalde kunstenaar is daaraan te herkennen. Zo heeft Vincent van Gogh een heel duidelijk eigen faktuur, d.w.z. handeling, werkwijze, penseelvoering.


 
                                                                
 
In zijn schilderklas, in 1928, laat hij harmonische kleurakkoorden schilderen. Daaruit bleek, dat dat voor elke leerling anders was. Alle bladen waren onderling zeer uiteenlopend. Men stelde met verwondering vast, dat ieder een andere voorstelling had van harmonische kleurakkoorden.
De kleurklanken kunnen zeer nauw begrensd zijn, zó dat er slechts twee of drie kleuren optreden, zoals lichtblauw, middelgrijs, wit en zwart, of donker roodbruin, licht roodbruin en zwart, of geelgroen, geel en zwartbruin.
Ze kunnen ook véél kleuren omvatten: geel-rood-blauw in veel variaties van verzadiging, ook twee of meer zuivere kleuren in veel verschillende toonaarden.
Er zijn subjectieve akkoorden, waarin een kleur kwantitatief domineert bijv. naar rood, geel, blauw, groen of violet gerichte klanken. Die persoon bekijkt de wereld vanuit een rood, geel of blauw gezichtspunt. Hij bekijkt alles door een gekleurde bril.
 
Itten toont in zijn boek verschillende werkstukken van zijn leerlingen, met een portretfoto erbij. Wij laten deze voorbeelden hieronder zien. Hij vond in zijn onderzoek ook, dat leerlingen de kleurvlakken vertikaal plaatsten, anderen beklemtoonden de horizontale lijn of de diagonaal. Hij vond daarin overeenkomsten met de vorm van het hoofd, smal en vertikaal of breed en horizontaal.
 
In deze bevindingen onderschrijft hij de uitspraken van Da Vinci.
 
Hieronder enkele leerlingen met de subjectieve kleurklanken. De verschillen zijn opmerkelijk.


 
                           
 
                           
 
                           
 
                           
 
                           
 




















Lees meer...
Lijst met albums
Beeldhouwers

Stijlen, vormen en materialen

Schilders

Stijlen, vormen en kleuren, materialen

Categorieën
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl