vorm- en kleurkwaliteiten in de kunst
een fenomenologisch onderzoek naar het gebruik van vorm en kleur
Reinhold Ebertin, kosmobioloog en astroloog
 
 
Reinhold Ebertin was een Duitse astroloog (16 januari 1901 - 14 maart 1988).
Hij werkte aanvankelijk volgens de methode van de Hamburger Schule. Vanaf de jaren dertig ontwikkelde hij een eigen systeem dat bekend werd als Kosmobiologie.
Zijn methode was een verdere uitwerking van het werk van de astroloog Alfred Witte van de Hamburger Schule. Het maakte gebruik van de zgn. 'midpunten', 'halve-afstandspunten', dat zijn punten tussen twee planeten in, welk punt opnieuw aspekten kan maken met andere planeten.
 
Ebertin ontwikkelde voor deze techniek een horoskoopwiel van 90 graden. Op die manier is snel af te lezen  welke 'planetenclusters' er samen werken.
Ebertin heeft ook gewerkt met een horoskoopwiel van 45 graden en met een 45 graden grafiek.
Ebertin deed aan astrologische research op basis van statistieken. Zijn werk is fenomenologisch, hij ging uit van de verschijnselen, zoals die zich aan je voordoen.
Zijn standaardwerk is "Kombination der Gestirneinflüsse".
 
 
 
                Het horoskoopwiel van 90 graden        
 
 
                  
 
Wat we zien is een cirkel met daarop 90 graden afgebeeld, en als je daarop de Dierenriemtekens aftekent, dan vallen de hoodtekens, Ram, Kreeft, Weegschaal, Steenbok samen, de vaste tekens, Stier, Leeuw, Schorpioen, Waterman en de beweeglijke tekens, Tweeling, Maagd, Boogschutter, Vissen doen dat eveneens.
 
Als we nu de planeten uit de geboortehoroskoop van een mens of een gebeurtenis hierop overbrengen, dan zie je onmiddellijk welke planeten er conjunct, vierkant en oppositie met elkaar staan. Daarbij kun je ook nog zien welke planeten halve vierkanten maken.
 
Op deze figuur worden ook de halve-afstandspunten zichtbaar, waarvan hieronder een voorbeeld: Mars staat in verbinding met de midpunten van de Zon met Pluto en die van de MC met de Maan.
 
       
 
De schrijfwijze van deze gevonden betrekkingen tussen planeten wordt als volgt weergegeven:       Mars = Maan/MC = Zon/Pluto
 
of schematisch als hieronder:
                                     
 
Ebertin past deze techniek toe op verschillende beroepsgroepen met interessante uitkomsten. We laten enkele voorbeelden zien.
 
 
Als eerste voorbeeld de zogenaamde 'atoomformule'. Men ontdekte dat een samengaan van Zon, Pluto en Mars veelvuldig voorkwam bij het lanceren van satelieten, bij de eerste maanvlucht en bij de eerste bemande ruimtevlucht.
Dezelfde combinatie van planeten vond men ook bij wetenschappers die zich bezighielden met ruimtevaart, kernenergie, e.a.
 
 
 
 
 
 
Robert Oppenheimer nam tijdens de tweede wereldoorlog in de USA de leiding van het amerikaanse atoomonderzoek op zich.
 
Werner von Braun heeft algemen bekendheid gekregen als ontwerper van de V-2, als ruimtevaartdeskundige en als medeontwerper van de eerste maanraket.
 
Wilhelm Groth hield zich bezig met het ontwerp van de Uran-centrifuge.
 
J.P. Hagen stond jarenlang aan het hoofd van een programma in de USA voor het ontwerpen van aardsatelieten.
 
 
Het tweede voorbeeld betreft uitvinders en constructeurs. Deze groep heeft aspekten met Uranus en Mercurius, vaak in combinatie met Jupiter. Het verwijst naar sukses bij technische en mathematische arbeid. We zien overeenstemming tussen twee strukturele elementen bij de vliegtuigbouwers Sikorsky en Tupolew.
 
 
 
          
 
Igor Sikorsky konstrueerde de eerste helikopter ter wereld. Hij werd op latere leeftijd bekend als "de man bij wie niets onmogelijk is".
 
Andrej Tupolew gaf de eerste aanzet tot het bouwen van zweefvliegtuigen. Hij ontwierp de Gigant-TU-114
 
Hyman G. Rickover is de uitvinder en constructeur van de atoom-U-boot.
 
August Piccard bereikte met zijn balonnen een hoogte van 16000 meter in de stratosfeer, daalde af in de oceaan tot een diepte van 3000 meter, met zijn speciaal daarvoor ontworpen diepzeebollen.
 
Felix Wankel was de uitvinder van de wankelmoter of driecylindermotor.
 
Heroult en Hall, allebei in hetzelfde jaar geboren, ontdekten gelijktijdig doch onafhankelijk van elkaar, het aluminium. Zij hebben twee strukturele elementen gemeen. Neptunus = Mars/Jupiter is interessant omdat de ontdekking van Neptunus het tijdperk van de chemie inluidde.
 
Dit strukturele element werd ook bij enkele andere chemici ontdekt, het zou daarom de 'chemische formule' kunnen worden genoemd.
 
 
Het derde voorbeeld geeft artistiek begaafde mensen. Hier schijnt vooral Pluto in verschillende samenstellingen op de voorgrond te treden, vaak in combinatie met Jupiter bij akteurs, bij schrijvers een combinatie met Mercurius, bij musici combinaties met Venus en Uranus.
 
Bij de akteurs doen zich een aantal verrassende overeenstemmingen voor.
 
Gérard Philipe en Yul Brynner hebben Mercurius, Uranus en de Maan op het halve-afstandspunt Jupiter/Pluto.
 
Gina Lolobrigida heeft Zon en Venus op het halve-afstandspunt Jupiter/Pluto.
 
Nadja Tiller heeft met haar Pluto = Zon/Jupiter een variant op dit gegeven.
 
 
 
 
Schrijvers hebben het halve-afstandspunt Mercurius/Pluto bezet door verschillende factoren.
 
Thorwald en Kirst, twee journalisten, hebben Pluto = Mercurius/Uranus. Dit wijst op mensen die de schrijftechniek goed beheersen.
 
Kästner en Remarque vertonen weer andere overeenkomsten.
 
Bij veel musici komt Venus als kunstzinnig en scheppend element voor naast Uranus als ritmisch element. Zij bevinden zich vaak op de succes belovende as Jupiter/Pluto.
 
Pergolesi en Toscanini vertonen grote overeenkomst in de opbouw van hun struktuurbeelden.
 
Herbert von karajan geeft haast hetzelfde beeld als Toscanini te zien, alleen in een andere samenstelling.
 
De cellist Hoelscher heeft niet Pluto maar Jupiter op het halve-afstands-punt Venus/Uranus.
 
 
De 45 graden grafiek
 
In het hieronder staande voorbeeld zien we de 90 graden teruggebracht tot 45 graden, niet in een cirkel toegepast maar als een lineaire grafiek.
We zien een gedeelte van de efemeride van het jaar 1960. Het zijn twee verschillende voorbeelden, E11 en E12.
 
Links in de grafiek staat de gradenverdeling van de Dierenriem, in de grafiek zelf zien we de planetenloop voor februari en maart 1960, en rechts in de kantlijn de plaats van de planeten uit twee verschillende
geboortehoroskopen.
 
In de grafiek zelf staat aangegeven welke aspekten er gemaakt worden van de zgn. Transits uit het jaar 1960, met de geboortestanden.
Door deze 45 graden grafiek te gebruiken zien we alleen aspekteringen van conjuncties, halve vierkanten, vierkanten, en opposities.
Het nadeel van deze werkwijze is dat de meer gunstige aspekten, de sextielen en driehoeken, hierin niet zijn af te lezen.
 
 
       
 
 
Ebertin werkte vooral met deze conflictaspekten. Hij probeerde daarmee oorzaken te vinden van ziekten en problemen.
 
 
De 90 graden grafiek naast de 60 graden grafiek       
 
Sinds jaar en dag gebruiken wij zelf de 90 graden grafiek (conjuncties, vierkanten, opposities) naast de 60 graden grafiek (conjuncties, sextielen, driehoeken, opposities). Je kunt in een oogopslag zowel de aktieve,
werkzame, conflict-aspekten als ook de harmonische, gunstige aspekten zien.
Voor het inschatten van een bepaalde situatie is de kennis van beide aspekteringen nodig.
Als illustratie geven we de grafische efemeride van het jaar 2007, waarin deze aspekteringen elkaar afwisselen.
 
 
 
 
 
90 graden grafiek, met drie kolommen met hoofdtekens, Ram, Kreeft, Weegschaal, Steenbok, de vaste tekens, Stier, Leeuw, Schorpioen, Waterman, en de bewegelijke tekens, Tweeling, Maagd, Boogschutter, en Vissen.
Daarin afgetekend de planeten gedurende de 12 maanden van 2007, om het overzichtelijk te houden zijn Maan, Mercurius en Venus weggelaten, maar die moet men er nog bijdenken.
Onderaan staan de planeten nog eens afgebeeld in een cirkel, waarin de onderlinge aspekten, conjuncties, vierkanten, opposities goed te zien zijn.
Men zou, in navolging van de werkwijze bij Ebertin, de plaats van de planeten uit een horoskoop erin kunnen opnemen, zodat men de aspekten van het jaar 2007 in relatie kan zien met een plaats van een planeet uit een horoskoop.
 
Het bovenstaande is een werkblad, waarop is aangegeven, rechts in de kantlijn, in het rood, het aantal aardbevingen met een kracht van 6.5 en meer op de schaal van Richter.
In de rubriek: Aardbevingen hebben we daar uitgebreid over gesproken.
Hier zien we een voorbeeld, waarin in een bepaalde periode, half juli, september en augustus 2007, er meer dan gemiddeld aardbevingen voorkomen.
We zien in een oogopslag, dat het samenvalt met een vierkant van Zon met Mars, vierkant en oppositie met Uranus en met Pluto, in september 2007.
Wat we ook zien is dat in de eerste helft van het jaar 2007 er bijna geen aardbevingen waren. In de onderstaande 30 graden grafiek zien we dat in die periode er een driehoek was tussen Jupiter en Saturnus, ook nog eens gunstig geaspekteerd door Pluto en Neptunus.
Zo kunnen we het opmerkelijke verschil duidelijk krijgen. Conclusie zou dan ook kunnen zijn dat bij conflictaspekten er meer dan gemiddeld aardbevingen voorkomen.
 
 
 
                        
 
Deze bovenstaande 60 graden grafiek toont ons de planeten in een tweetal kolommen waarin in de eerste kolom de vuur- en luchttekens staan, en in de tweede kolom de aarde- en watertekens.
Deze grafiek laat de conjuncties, sextielen, driehoeken en opposities zien.
Wat we ook zien is de jaarlijkse retrograde van elke planeet.
 
We gaan deze grafieken gebruiken in de bespreking van een aantal jaren, zie daarvoor de Rubrieken: Het Jaar 2011, Het Jaar 2012, e.v
 

Reacties

Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Lijst met albums
Beeldhouwers

Stijlen, vormen en materialen

Schilders

Stijlen, vormen en kleuren, materialen

Categorieën
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl