vorm- en kleurkwaliteiten in de kunst
een fenomenologisch onderzoek naar het gebruik van vorm en kleur
Cobra, kunstenaars en stijl in verband gebracht met de "tijdgeest".

 

         

 

 

...... deze tekst over de Cobra-kunstenaars wordt de komende maand verder uitgewerkt.......

...... afbeeldingen worden nog geplaatst .........

 

 

CoBrA - Copenhagen - Brussel - Amsterdam

 

In het onderzoek naar vorm- en kleurkwaliteiten in de kunst hebben we naast de vele kunstenaars, ook kunststromingen bestudeerd. Daarbij is het ons opgevallen dat ook kunststromingen te herleiden zijn naar makrokosmische aspekten.

Het Symbolisme, ontstaan in de periode 1890 - 1900, is daarvan een duidelijk voorbeeld, alsmede het ontstaan van de Abstrakte Kunst in de jaren rond 1910-1914. Bij het bestuderen van deze stromingen werd niet alleen gekeken naar planeetaspekten in de tijd van het ontstaan van die stroming, maar ook naar de individuele kunstenaars.

De beweging van Cobra is in dit onderzoek naar makrokosmische elementen in de kunst eveneens bestudeerd, met verassende uitkomsten. We gaan dat in de volgende onderwerpen uitschrijven:

 - het ontstaan van Cobra

 - de kunstenaars

 - de beeldtaal van Cobra en het element van 'samenwerking'

 - en de kosmobiologische aspekten 

 

     

 

 

Het ontstaan van Cobra

Op 8 november 1948 kwamen een aantal kunstenaars in Parijs bij elkaar, en sloten zich aaneen in de groep Cobra. De naam Cobra verwees daarbij naar de drie hoofdsteden van de landen waar de oprichters vandaan kwamen: Copenhagen, Brussel en Amsterdam. Het waren Asger Jorn, Christian Dotremont, Joseph Noiret, Constant Nieuwenhuijs, Corneille en Karel Appel.

...wordt nog verder uitgeschreven .....

 

In een interview in De Groene Amsterdammer van 17 januari 1996 gaf Constant Nieuwenhuijs een uitgebreid verslag van de ontstaansgeschiedenis van Cobra.

"Ik heb Jorn in 1946 in Parijs ontmoet en hij is vrij kort daarna naar Amsterdam gekomen. Die ontmoeting met Jorn in Parijs was erg belangrijk, anders was er misschien nooit een Cobra-beweging geweest. Het was volslagen toeval. Natuurlijk wilde ik na de oorlog bij de eerste de beste gelegenheid naar Parijs, en ik had de kans met een vriend mee te gaan die aan deviezen kon komen. We liepen daar alle galerieën af om te zien wat er in Parijs werd gemaakt. In een kleine galerie waar een tentoonstelling van Miro was geweest - de doeken stonden nog tegen de muur - kwam een jongeman binnen, iets ouder dan ik, met een map litho's die hij daar wilde verkopen. We raakten in gesprek en het was voor mij de eerste keer dat het klikte met iemand. We hebben elkaar diezelfde avond in een cafe ontmoet. Jorn en ik vonden dat we iets moesten doen tegen die hele academische wereld. Als je het vergeleek met de tijd na de Eerste Wereldoorlog, dan was het nu niets gedaan. Toen had je het dadaisme, het surrealisme, de Stijl, al die bewegingen. Nu was er niks. In Nederland was alleen de tentoonstelling 'Kunst in Vrijheid' geweest, een stelletje traditionele bloemstukken en portretten in het Rijksmuseum. Iedereen kon daar voor inzenden, het was allerbedroevendst."

"Appel en Corneille kende ik toen nog niet. Ze hadden ook op de Rijksacademie gezeten, maar ze kwamen er net op toen ik ervan afging. Twee jaar nadat ik Jorn had ontmoet, in 1948, kwamen ze op een dag ineens bij me thuis. Toen ging het allemaal heel snel."

"Ik had twee jaar met Jorn gecorrespondeerd over de oprichting van een internationale groep. Hij had steeds gezegd dat wij, net als de Denen, eerst een nationale groep moesten hebben. Daar werden Appel, Corneille en ik het bij de eerste kennismaking al over eens. Zij kenden andere schilders - Anton Rooskens, Theo Wolvecamp en Eugene Brands. We hadden een klein groepje bij elkaar. Daar vertelde ik dat ik al een paar jaar eerder een soort manifest had geschreven. ik stelde voor dat we dat, net als de surrealisten van Breton, met zijn allen zouden ondertekenen. Maar na lange discussies vonden ze toch dat ik er maar zelf mijn naam onder moest zetten. Ik had het tenslotte geschreven. maar er waren natuurlijk ook politieke bezwaren."

Karel Appel en Corneille hadden Constant opgezocht, omdat ze in hun werk verwantschap met zijn werk voelden

Op 16 juli 1948 werd de "Experimentele Groep in Holland" opgericht door Constant, samen met Corneille, Karel Appel, Eugène Brands, Theo Wolvencamp, Anton Rooskens en Jan Nieuwenhuijs, naar het voorbeeld van de Deense Experimentele Groep van Asger Jorn. Later sluiten ook de dichters Gerrit Kouwenaar, Jan Elburg en Lucebert zich aan. De Experimentele Groep had een eigen tijdschrift, Reflex, waarin het "Manifest" geschreven door Constant als eerste werd gepubliceerd. 

 

              

 

"Een schilderij is niet een bouwsel van kleuren en lijnen, maar een dier, een nacht, een schreeuw, een mens, of dat alles tezamen"

Deze zin drukt uit wat de leden van de groep met hun kunst wilde bereiken. De belevingswereld van een kind en 'primitieven' zag Constant als ideaal voor het uiten van gevoelens.

"Het kind kent geen andere wet dan zijn spontaan levensgevoel en heeft geen andere behoefte dan dit te uiten. Hetzelfde geldt voor de primitieve culturen, en het is deze eigenschap ook, die deze culturen een zo grote bekoring verleent voor de mens van heden die in een morbide sfeer van onechtheid, leugen en onvruchtbaarheid moet leven."

Constant wordt beschouwd als de theoreticus van de Cobra-groep.

........

De Experimentele Groep ging in november 1948 naar Parijs, waar van 5 tot 7 november een internationale conferentie plaatsvond in het Centre International de Documentation sur l'Art d'Avant-garde. Deze bijeenkomst verliep teleurstellend, vooral door de houding van de Franse vertegenwoordiging van de surréalistes-révolutionnaires.

Op 8 november 1948 treffen de Experimentele Groep in Holland en Christian Dotremont, Joseph Noiret uit België en Asger Jorn uit Denemarken elkaar op het terras van Café Notre Dame, en werd op dat moment CoBrA opgericht. 

De nieuw ontstane groep publiceerde een eigen Cobra-bulletin. Kunstenaars uit verschillende disciplines sloten zich aan. In 1948 publiceerde Constant en Gerrit Kouwenaar de gedichtenbundel 'Goedemorgen Haan'.

Er vonden twee grote Cobra tentoonstellingen plaats, in Amsterdam in 1949 en in Luik in 1951.

 

 

 

 

De kunstenaars

Buiten de  zes oprichters werden ook andere kunstenaars lid van de Cobra. Voor ons onderzoek is het juist interessant om  te weten in welke jaren deze kunstenaars werden geboren.

Zo zien we een drietal generaties samenkomen, de generatie in de leeftijd van Asger Jorn, de grootste groep rond Constant, Appel, Corneille en Dotremont, en de jongste leden met Joseph Noiret.

 

1906-03-16   Anton Rooskens, schilder

1907-11-04   Henry Heerup, schilder, beeldhouwer

1909-12-25   Louis van Lint, schilder

1910-01-15   Stephen Gilbert, schilder

1910-03-06   Ejler Bille, schilder, beeldhouwer, dichter

1910-08-31   Raoul Ubac, schilder, graficus

1910-09-16   Else Alfelt, schilder

1910-12-16   Egill Jacobsen, schilder

1911-11-01   Sonja Ferlov, schilder, beeldhouwer

1912-04-27   Marcel Havrenne, dichter

1913-01-05   Eugène Brands, schilder

1913-01-23   Jean-Michel Atlan, schilder

1913-09-23   Carl-Henning Pedersen, schilder

1914-03-03   Asger Jorn, schilder

 -

1916-02-15   Erik Thommesen, beeldhouwer

1917-06-18   Erik Ortvad, schilder

 -

1918-06-28   Bert Schierbeek, dichter

1919-08-27   Jan Cox, schilder

1919-11-30   Jan Elburg, dichter, Vijftigers

1920-03-16   Jorgen Nash, schilder, schrijver

1920-07-21   Constant Nieuwenhuijs, schilder

1921-04-25   Karel Appel, schilder

1922-01-08   Jan Nieuwenhuijs, schilder

1922-04-26   Pol Bury, schilder, beeldhouwer

1922-07-05   Corneille, schilder

1922-12-12   Christian Dotremont, schilder

1923-08-09   Gerrit Kouwenaar, dichter

1923-08-26   Georges Collignon

1923-12-07   Shinkichi Tajiri, beeldhouwer

1923-12-18   Lotti van der Gaag, beeldhouwer

1924-03-30   Serge Vandercam, schilder, beeldhouwer, fotograaf

1924-06-24   Michel Ragon, schrijver

1924-08-08   Edouard Jaguer, dichter, schrijver

1924-09-15   Lucebert, dichter, schilder

1925-08-30   Theo Wolvencamp, schilder

1925-09-03   Bengt Lindström, schilder

 -

 -

1927-01-24   Jean Raine, schilder, dichter

1927-02-28   Joseph Noiret, schilder, dichter

1927-05-07   Luc de Heusch, etnoloog, cineast

1927-10-19   Pierre Alechinsky, schilder

 -

1929-04-05   Hugo Claus, dichter, schrijver

1930-             Jacques Calonne, musicus

 

In het bovenstaande zien we duidelijk deze groepen kunstenaars. In 1948 zijn dat dertigers/veertigers en twintigers. Binnen die groepen zijn er een aantal kunstenaars te noemen waarbij, kosmologisch gezien, overeenkomsten te verwachten zijn als het gaat om planeetaspekten. Die overeenkomst wordt hierna duidelijk gemaakt.

 

De Beeldtaal van Cobra en de Samenwerking

De Cobra-kunstenaars hadden overeenkomsten in 'beeldtaal', daarnaast was samenwerking een van de belangrijke elementen. Het ging daarbij om discussie, publicaties, en de samenwerking in het tot stand brengen van kunstwerken, vanuit verschillende disciplines, zoals de "peinture-mots" (woordschilderijen).

 

                     

 

De beeldtaal van Cobra

Het was de kunsthistorica Willemijn Stokvis, die "De Taal van Cobra" onder woorden bracht.

"Wat hun creatieve expressie betreft hield dit voor allen in dat zij in zekere zin een bewuste regressie toepasten naar die laag van het menselijke bewustzijn, waarvan de kunstzinnige uitingen door de conventies van de westerse wereld waren uitgebannen en niet tot de "kunst met een grote K" werden gerekend. Het is de fase die bij kinderen "het prelogische stadium" wordt genoemd waarin, zoals door primitieven en geesteszieken, voor alle dingen een symbool wordt gevonden en waarin alle dingen bezield lijken: een boom, een tafel, een steen, zijn dynamisch geladen, en mensen en dieren zijn van dezelfde orde. Men kan zeggen dat hier op verschillende manieren het animisme heerst. Werkend vanuit dit verlangen en vanuit de bronnen die zij in dit gebied zochten en aantroffen, ontstond er in hun uitdrukkingswijzen een zekere overeenkomst: een gemeenschappelijke taal."

De kunstenaars van Cobra herkenden zich niet in haar opvatting dat Cobra een gemeenschappelijke beeldtaal had voortgebracht.

Constant heeft dat uitgesproken: "Er bestaat geen Cobra-stijl en geen Cobra-esthetiek, al heeft men, met name in museumkringen, vaak getracht, door zorgvuldige selectie deze schijn te wekken. Maar dat is een gevolg van de drang tot catalogiseren. Het ging de kunstenaars van Cobra helemaal niet om een nieuwe kunstvorm, integendeel, vanaf het allereerste begin hebben zij zich tegen ieder soort formalisme gekeerd, van functionalisme tot socialistisch realisme toe. Ieder part-pris, iedere kunsttheorie is stelselmatig door hen afgewezen, en niets anders is daar ooit tegenover gesteld dan de praktijk in de materiële zin van het woord. ..."

"Cobra is een ontmoeting geweest tussen een aantal personen van verschillende geaardheid. 'Le grand rendez-vous naturel' zoals Dotremont het genoemd heeft, kunstenaars, die elkaar vonden in hun gemeenschappelijke afkeer van het steriel klimaat waarin zij leefden. We begrepen zeer goed dat geen van ons individueel in staat zou zijn dat klimaat te doorbreken en dat wij op elkaar aangewezen waren...."

"De collectieve werken behoren misschien niet tot de beste dat Cobra heeft voortgebracht, maar wel, geloof ik, dat ze voor hen die eraan hebben deelgenomen van groot belang zijn geweest. Zij vooral, hebben Cobra een gezicht gegeven, en als er van een peinture-Cobra gesproken zou worden, dan zou deze uitdrukking betrekking moeten hebben op de peintures-mots, en de collectieve schilderijen, wandschilderingen en lithografieën, die in de geschiedenis van Cobra af en toe, maar toch regelmatig opduiken in zonder welke de "esprit Cobra" niet goed begrepen kan worden."

In de onderstaande bespreking van enkele individuele kunstenaars zal dat duidelijk worden.

 

De individuele kunstenaars

Van alle bovengenoemde Cobra-kunstenaars willen we alleen de kunstenaars van het 'eerste uur' bespreken.

Hieronder zijn de kosmogrammen afgebeeld van de zes oprichters van Cobra. Wat daarin opvalt is, dat in alle zes figuren de planeet Pluto onderin staat in het teken Kreeft.

In de jaren 1948 tot 1952 kwam de planeet Uranus als 'transit' daar overheen. Uranus (= onafhankelijkheid, expressie, vrijheid) gaf 'uitdrukking' aan de kwaliteit van Pluto.

De kwaliteiten van Pluto laten zich het best omschrijven als 'innerlijke kracht, macht, levensdrift, erotiek'. In de kunst zien we het terug in kunstwerken van bijv. Picasso in de jaren rond 1928, in het wel heel rauwe werk van de groep de "Wiener Aktionismus", met Hermann Nitsch, in zijn "Orgien-Mysterien-Theater", met barbaarse offers, kruisiging, met veel bloed van geslachte dieren, in de jaren rond 1971.

Asger Jorn heeft naast Pluto ook Mars op die plaats staan. Zijn expressieve schilderijen zijn hiervan eveneens een goed voorbeeld van een 'transit' Uranus over zijn Pluto/Mars. We beschrijven Jorn hieronder meer uitgebreid.

Een tweede overeenkomst in deze zes figuren is ook de plaats van Neptunus in Leeuw. In de jaren 1948 tot 1952 ging de 'transit' Pluto hier overheen. 

 

 

 

Asger Jorn

Asger Jorn werd geboren op 3 maart 1914

 

..... wordt nog verder uitgeschreven .....

 

In 1936 maakte Asger Jorn zijn eerste reis naar Parijs, op een motor. Hij wilde naar een 'school' van Kandinsky, die er niet bleek te zijn. Daarop ging hij naar een academie van Fernand Léger. Hier leerde hij 'de beheersing van het beeldvlak', maar voelde hij zich niet thuis in de conceptuele werkwijze van Léger. Jorn zelf werkte meer spontaan, vanuit zijn gevoel.

In 1937 was hij al weer terug in Denemarken. Raakte geïnspireerd door het werk van Miró en Klee. Hij experimenteerde met verschillende technieken, en ging op zoek naar grotere vrijheid en spontaniteit. Hij vond gelijkgestemden in de vereniging 'Host', met Henry Heerup, Egill Jacobsen, en Eljer Bille. Jorn ging schrijven voor links politieke tijdschriften, marxistisch, op zoek naar een vrije maatschappij, waarin de kunst 'n plaats had.

In 1941 begon hij een cultureel tijdschrift 'Helhesten' met artikelen over archeologie en over volkskunst.

In 1946, in de herfst, is hij opnieuw in Parijs, waar hij de Nederlandse kunstenaar Constant tegen het lijf liep.

In 1947 was Jorn aanwezig op de bijeenkomst van de surrealisten in Brussel. Hier ontmoette hij Christian Dotremont.

In 1948 ontstond uiteindelijk COBRA.

 

                  

                 Asger Jorn     1951     The eagle's share   olieverf op masonite   74 x 60

 

 

....wordt op dit moment uitgewerkt ........

 

 

Asger Jorn       1956            Lettre à mon fils            olieverf op doek       130 x 195

  

 

...... wordt op dit moment verder uitgewerkt .....

 

 

 

In bovenstaande tabel zien we een overzicht van de planeetaspekten, met links (grijs) de aspekten in de prenatale ontwikkeling, in het midden de progressies, en rechts (rood) de transits.

Voor het jaar 1940/1941 zien we een MARS/PLUTO in de prenatale ontwikkeling en een transit URANUS over MAAN. Dit is het moment dat Asger Jorn zich aansloot bij het kunstenaarscollectief "Host" met Henry Heerup, Egill Jacobsen en Eljer Bille. In het jaar 1941 richtte Jorn het cultureel tijdschrift op.  

In de jaren 1941 tot 1945 ging de progressieve MAAN over SATURNUS/PLUTO/MARS/NEPTUNUS, een periode van experimenten in verschillende technieken, op zoek naar grotere vrijheid en spontaniteit.

In 1945 zien we de transit URANUS over SATURNUS en tegelijkertijd een Zonsverduistering, dat altijd existentiële veranderingen laat zien. De oorlog is nog maar net voorbij of Jorn ging opnieuw naar Parijs, waar de kiem werd gelegd voor het ontstaan van COBRA, in de ontmoeting met Constant.

Voor de jaren 1948 tot 1951 zien we transit URANUS over PLUTO en over MARS. Dat zijn de jaren van de COBRA. 

 

 

 

 

Constant Nieuwenhuijs

Constant Nieuwenhuijs werd geboren op 21 juli 1920.

 

...... korte levensloop wordt hier verder uitgewerkt .....  

 

 

Astrologische en kosmobiologische elementen in het leven van Constant

Een overzicht van alle planeetaspekten in het leven van Constant laat een aantal accenten zien voor de jaren rond 1948. We leggen dat uit aan de hand van onderstaand schema.

 

In de prenatale ontwikkeling zien we vanaf 1949 een aantal URANUS-aspekten optreden. Een van de kwaliteiten van Uranus is verandering, vernieuwing. Wat in Cobra werd uitgewerkt, was daarvoor nog nooit vertoond in de gangbare Nederlandse kunstontwikkeling.

In de progressies zien we voor dat moment, 1949, een Venus-Saturnus conjunctie. Nu gaat het verhaal dat in de beginjaren van Cobra, Asger Jorn verliefd werd op de vrouw van Constant, Matie van Domselaer. De twee gingen er samen vandoor, naar Parijs. Het huwelijk van Jorn liep daardoor stuk. De omstandigheden in Parijs waren miserabel en Jorn kreeg tuberculose, waardoor hij gedwongen was terug te keren naar Denemarken. Hoe dat voor verder voor Constant uitpakte, is mij niet bekend. De samenwerking tussen Constant en Jorn verbleekte, en Cobra werd in 1951 opgeheven.

In de transits zien we aspekten, die voor bijna alle leden van de Cobra-groep gelden. De transit URANUS ging over de PLUTO van Constant, en de transit PLUTO ging over NEPTUNUS. De 'verbeelding' (= NEPTUNUS) kwam daarmee aan de 'macht' (= PLUTO), en deze 'macht' kreeg alle 'wind in de zeilen'. URANUS gaf hieraan een enorme vernieuwingsdrang.

Andere opmerkelijk feiten zijn de planeetaspekten rond de jaren 1975 en daarna.

Het is de periode dat Constant zijn New Babylon maquettes niet verder ontwikkelde, er een punt achter zette, en opnieuw is gaan schilderen. Voor kunsthistorici een onbegrijpelijk stap, vaak gezien als een teruggang naar de traditie van het schilderen. Rudi Fuchs geeft in een voorwoord in een catalogus voor de expositie in 1996 in het Stedelijk daar de volgendeformulering aan.

"... sommige mensen beschouwen Contstant's latere werk als een terugkeer naar de traditie. Ik, echter,deel deze mening geenszins. Ik beschouw zijn ontwikkeling vanaf de jaren zeventig als een dieper binnendringen in de tuin der schilderkunst ..."

Fuchs geeft er wel een heel bepaalde draai aan.

Wat we zien in de planeetaspekten uit die tijd, dan zien we een Zonsverduistering in de prenatale ontwikkeling dat staat voor het jaar 1975. Zonsverduisteringen geven altijd existentiele veranderingen in het leven van een mens. In het geval Constant is dat een 'opnieuw gaan schilderen in een min of meer figuratieve stijl', geheel anders dan zijn stijl van schilderen uit de Cobra-periode.

.... wordt op dit moment verder uitgewerkt .......

 

Karel Appel

Karel Appel werd geboren in.....

 

..... wordt op dit moment uitgwerkt ......

 

         

 

 

.... wordt nog uitgwerkt .....

 

 

 

 

Corneille

Corneille werd geboren in .....

 

 

 

 

Christian Dotremont

Dotremont ......

 

 

 

 

Joseph Noiret

Joseph Noiret werd geboren ......

 

 

Pierre Alechinsky

Alechinsky .......

 

 

Samenwerking

Tussen de verschillende kunstenaars van Cobra ontstond van tijd tot tijd een vorm van samenwerking, waarvan de resultaten te zien zijn in hun gemeenschappelijke kunstwerken, zoals de "peinture-mots", wandschilderingen, en publikaties in het Cobra Magazine, dat onder redactie stond van Christian Dotremont.

Enkele voorbeelden zullen we gebruiken om deze vorm van 'samenwerking' te analyseren.

 

Eerst een klassiek voorbeeld van samenwerking

In de kunstgeschiedenis hebben we een bijzonder voorbeeld van samenwerking  kunnen zien, tussen Pablo Picasso en Georges Braque, in de ontwikkeling van het Kubisme in de jaren 1909 tot 1914.

Picasso en Braque hadden een overeenkomst in kosmische constellatie op het moment dat zij elkaar voor het eerst ontmoetten. We zien dat de progressies van Picasso hetzelfde zijn als de tijd in de prenatale ontwikkeling van Braque, voor de jaren 1907 en daarna. We laten dat hieronder zien in een overzicht.

 

                 

 

De prenatale ontwikkeling is in het grijs, in het blauw de geboortedatum, waarna de progressies volgen in het zwart. We zien de overeenkomstige datum, in het rood, van 20 november 1881. Deze datum correspondeert voor beide kunstenaars met het jaar 1907, het jaar waarin zij elkaar voor het eerst tegenkwamen. Na die datum lopen de planeetaspekten enige tijd samen op. In de jaren tussen 1908 en 1914 ontstaat een intensieve samenwerking tussen Picasso en Braque, waarin zij het Kubisme ontwikkelden. De kunstenaars zochten elkaar op in hun ateliers, namen werken van elkaar mee naar het eigen atelier, tijdens vakanties vond er zelfs een briefwisseling plaats waarin zij elkaar van hun werk op de hoogte stelden. 

In 1914 ging Braque in het Franse leger, dat in oorlog was met Duitsland. Braque raakte gewond en het duurde enige jaren dat hij opnieuw kon gaan schilderen. Picasso was in de tussentijd al weer verder in zijn eigen schilderkunstige ontwikkeling. De intensieve samenwerking was dan ook ten einde. Beide kunstenaars hadden in hun verdere leven nog wel regelmatig contact.

Zo sterk als dit voorbeeld is, een letterlijke en langdurige samenwerking, zullen we niet tegenkomen bij de Cobra-kunstenaars. Toch zijn er overeenkomstige elementen aan te wijzen.

 

..... wordt op dit moment uitgewerkt......

 

 

Kosmobiologische grondslag van de samenwerking bij Cobra

Is er ook een kosmobiologisch verband aan te geven, zoals we dat gezien hebben in het voorbeeld van Picasso en Braque?

Daarvoor hebben we uit bovenstaande lijst Cobra-kunstenaars die kunstenaars genomen die in geboortetijd het meest bij elkaar lagen, waardoor er overeenkomsten kunnen worden gevonden tussen planeetaspekten in de prenatale ontwikkeling van de ene kunstenaar met de progressieve planeetaspekten van de ander.

Naast deze meest letterlijke overeenkomsten zijn er ook verbanden aan te wijzen tussen individuele kunstenaars en in meer algemen zin, over de gehele Cobra-beweging.

We laten enkele overzichten hieronder zien, en bespreken de verbanden.

 

 

Jan Nieuwenhuijs, Pol Bury, Corneille en Christian Dotremont

 

De aspekten Venus/Pluto en Zon/Pluto in de prenatale ontwikkeling van Christian Dotremont, geldend voor de jaren rond 1948, vallen samen met de transits van Pluto in diezelfde jaren. Je kunt daaruit opmaken dat Dotremont op 'zijn plaats' was in het ontstaan van de Cobra-groep. 

Dotremont ontmoette in de figuur Corneille een kunstenaar die deze aspekten Venus/Pluto en Zon/Pluto permanent in zijn 'bagage' heeft. In de prenatale ontwikkeling komen deze planeetkwaliteiten, in de tijd gezien, op een bepaald moment vrij en tot de beschikking van deze mens. Als geboortestand heeft een mens deze planeetkwaliteiten permanent tot zijn beschikking.

Welke van de Cobra-kunstenaars hebben het meest met elkaar gewerkt? Behoorden daartoe ook Corneille en Dotremont?

Internet maakt veel mogelijk. Zo ook het antwoord op bovenstaande vraag, als je bovenstaande namen 'Corneille en Dotremont' invoert, krijg je een werkje te zien dat beide kunstenaars uitbrachten in 1949 in een oplage van 12 exemplaren. Het werk werd in de jaren zestig opnieuw uitgebracht in een oplage van 300 stuks. Het was een boekje met teksten van Dotremont en tekeningen van Corneille, waarvan hieronder de titelpagina en enkele voorbeelden daaruit.

 

    

 

 

 

 ...... wordt nog verder toegelicht .....

 

Constant Nieuwenhuijs en Karel Appel

 

Overzicht van prenatale ontwikkeling, geboortedata, progressies en planeetaspekten

 

      

 

 

....... wordt nader toegelicht ........

 

 

Joseph Noiret, Luc de Heusch en Pierre Alechinsky

 

...... wordt nog geplaatst en besproken ......

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reacties

Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Lijst met albums
Beeldhouwers

Stijlen, vormen en materialen

Schilders

Stijlen, vormen en kleuren, materialen

Categorieën
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl